fair

Poerim is de Joodse feestdag die het meest op carnaval lijkt. Kinderen overstemmen Hamans naam met ratelaars. Jonge Joodse meisjes nemen deel aan schoonheidswedstrijden om de rol van koningin Esther. Er worden toneelstukjes opgevoerd die Poerimspelen worden genoemd. En iedereen snackt op ‘Hamansoren’ gevuld met maanzaad en pruimen. Toch ligt er achter het feesten en drinken en feestvieren een sombere boodschap: de bijna-vernietiging van het Joodse volk. Het herinnert ons eraan dat het overleven van het Joodse volk aan een zijden draad van omstandigheden kan hangen, maar dat het grootste gewicht in de schaal in Gods hand ligt. Het verhaal in het boek Esther speelt zich af in het Perzië van de vijfde eeuw voor Christus. En de gebeurtenissen en karakters van Poerim (het leven aan het hof, de dramatische confrontaties, en de helden en misdadigers) zijn geen zaken om mee te spotten. Zij zouden elementen in de lijn van het verhaal in een melodrama kunnen zijn: Esther, een mooie Joodse tiener, wordt koningin van Perzië. Haman, een ambitieuze en arrogante bureaucraat laat zijn jaloezie op de Jood Mordechai uitmonden in een wraakactie tegen de hele Joodse populatie in Perzië.

Mordechai, die Esthers oom is, doet een beroep op haar om hulp en ze stemt er voorzichtig mee in om de koning te benaderen. Ze had echter haar religieuze en ethnische identiteit geheim gehouden. Na het organiseren van twee feestmaaltijden voor de koning en voor Haman onthult Esther haar Joodse identiteit, en in aanwezigheid van de koning vertelt ze over het verraad van Haman. Zijn complot om het Joodse volk te vernietigen komt aan het licht, en Haman en zijn zonen worden opgepakt en geëxecuteerd. Mordechai wordt eerste minister en wordt geëerd. Esther blijft koningin. En het Joodse volk wordt uitroeiing bespaard.

De feestdag wordt Poerim genoemd omdat Haman het lot (‘poerim’) geworpen had om te beslissen wanneer hij zijn plan van genocide op het Joodse volk tot uitvoering zou brengen.

Een minder belangrijke feestdag?

Poerim wordt geclassificeerd als één van de minder belangrijke feestdagen. Toch is dat niet volgens de inschatting van de oude rabbijnen. Velen geloofden dat het boek Esther bedoeld was om te laten zien hoe God achter de schermen aan het werk is. Die uitleg is logisch in het licht van een bijbelse tekst die de naam van God, het concept van religie, en zelfs het ritueel van het gebed, achterwege laat. (1)

Meer dan één legende vergeleek Poerim met de ‘belangrijke’ feestdag Jom Kippoer. (2) De Hasidim interpreteerden Poerim als een klassiek geval van ‘Kiddush Ha-Shem’ (de Heiliging van de Naam), waar individuele Joden liever wilden sterven dan hun geloof verloochenen. (3)

Het behoud van het Joodse volk temidden van zware dwangarbeid en dreigingen van genocide is een thema dat door onze geschiedenis heen geweven is. Met Poerim is Haman een metafoor van het kwaad, zoals Farao, of Antiochus Epiphanes, of Chmielnicki (die de pogroms organiseerde), of zelfs Adolf Hitler. In een toespraak in 1944 zei Hitler dat als de Nazi’s verslagen zouden worden, dan zou het Joodse volk een ‘tweede triomfantelijke Poerim’ kunnen vieren. (4)

Toch is de rabbijnse uitleg van Poerim dat de kern van het boek Esther de vloek van Amalek is. (5)

De vloek van Amalek

In het boek Esther wordt Haman een Agagiet genoemd, een afstammeling van Agag, koning van Amalek. De eerste ontmoeting met de Amalekieten is beschreven in het het boek Exodus 17. (6) De Israëlieten zwierven in de woestijn voor ze het beloofde land konden bezetten en de Amalekieten maakten de pijnlijke vergissing om hen na de Exodus als eerste van de Kanaänitische volken aan te vallen. De Amalekieten werden voor deze arrogante daad gestraft met de grootste schande in het oude Nabije Oosten: het uitdelgen van hun naam.

God zei tegen Mozes:

Schrijf dit op een boekrol als iets dat herdacht moet worden en verzeker u ervan dat Jozua het zal horen, omdat ik de gedachtenis van Amalek van onder de hemel uit zal delgen … Ik zal in oorlog zijn met de Amalekieten van generatie op generatie. (v. 14,16)

In Numeri 24:20 stelt de in ongenade gevallen profeet Bileam: “Amalek is de voornaamste van de heidenvolken, maar zijn einde is dat hij ten onder gaat.”

De schande van de Amalekieten wordt weer in herinnering gebracht wanneer Mozes zijn afscheidstoespraak houdt voor het volk van Israël:

Denk aan wat Amalek u onderweg aangedaan heeft, toen u uit Egypte wegtrok … Als de HEERE, uw God, u rust gegeven heeft van al uw vijanden van rondom, in het land dat de HEERE, uw God, u als erfelijk bezit geeft om dat in bezit te nemen, moet het zó zijn dat u de gedachtenis aan Amalek van onder de hemel uitwist. Vergeet het niet! (Deuteronomium 25:17,19)

De notie van het uitwissen van de naam van de Amalekietische afstammeling Haman nam veel verschillende vormen aan. In het oude Perzië en Babylon werd een beeltenis van Haman verbrand. In de zeventiende eeuw schreven de Joden in Oost-Europa de naam van Haman op de zolen van hun schoenen en wanneer de naam werd uitgesproken stampten ze met hun voeten, waardoor het geschrevene door de grond uitgewist werd. Moderne gewoonten om de naam van Haman te overstemmen zijn o.a. het gebruik van ratelaars en klapperpistolen en dergelijke.

Het thema van het vervloeken of uitwissen van de namen van slechte mensen wordt in de hele Thora, en in de Profeten en Geschriften gevonden. Het Hebreeuwse werkwoord dat meestal wordt gebruikt in deze context is ‘machah’, wat ‘uitwissen’ betekent, of ‘doorhalen’. Het komt in de Hebreeuwse Schriften in verschillende vormen 35 maal voor, waarbij vaak de acties van God worden beschreven om de naam of de herinnering aan specifieke individuen of naties uit te wissen. Soms wordt het ook gebruikt voor het ‘uitdelgen’ van de zonde. Het is het woord dat in de Thora gebruikt wordt voor Gods belofte om de naam van Amalek uit te delgen, maar het wordt ook verschillende keren gebruikt met betrekking tot de toorn van God over het volk Israël.

Bijbelse helden

Datum

Tegenstander

Mozes

+/- 1400 v. Chr.

Amalek

Saul

+/- 1000 v. Chr.

Agag

Mordechai

+/- 400 v. Chr.

Haman

Wat betekent een naam?

Namen hadden veel meer betekenis in oude tijden. Zij symboliseerden wie een persoon was en niet alleen hoe hij door anderen werd genoemd. Een sprekend voorbeeld hiervan is te vinden in Exodus 33, wanneer Mozes aan God vraagt om Zijn identiteit op een meer persoonlijke manier te openbaren.

Toen zei Mozes: “Toon mij toch Uw heerlijkheid”. En de HEERE zei: “Ik zal al Mijn goedheid bij u voorbij laten komen, en in uw aanwezigheid zal Ik de Naam van de HEERE uitroepen …” (v. 18,19)

Met andere woorden, om een verlichte kennis van God te bezitten, wordt tegen Mozes gezegd dat Gods naam uitgesproken zal worden in zijn aanwezigheid.

Mensen worden namen gegeven om hun karakter te belichten of te illustreren. Een naam kon eer, respect, angst, medelijden, spot of verachting betekenen. Bijvoorbeeld toen Jakobs naam veranderd werd in ‘Israël’, werd hij in plaats van bekend te zijn als de bedrieger (degene die het eerstgeboorterecht van zijn broer genomen had) bekend als degene die met God gestreden had, omdat hij met God geworsteld had en overwonnen had. (Genesis 32)

Eén van de belangrijkste aspecten van het leven was het doorgeven van iemands goede naam aan zijn nakomelingen. Een goede naam kon vele generaties in ere worden gehouden. Zelfs na de dood betekende dit nog eer, of schande als een naam vergeten werd of uitgewist.

Wanneer het gaat over het eren van Gods naam, mag het tetragrammaton volgens de Joodse traditie niet uitgesproken worden. De reden is dat we Gods naam zouden kunnen ontheiligen door de verkeerde uitspraak of door die achteloos in onze mond te nemen. We begraven Thorarollen als ze niet langer bruikbaar zijn, omdat ze de geschreven naam van God bevatten, die geëerd moet worden en die nooit uitgewist mag worden. Veel orthodoxe Joden zullen zelfs de Hebreeuwse letters waaruit Gods naam bestaat niet schrijven, omdat woorden op een krijtbord uiteindelijk worden gewist, en woorden op stukjes papier per ongeluk weggegooid of verbrand kunnen worden.

Tegen zo’n achtergrond kan men de ernst van Gods vloek over de Amalekieten begrijpen, hun naam en herinnering aan de vergetelheid prijsgevend, zodat hun enige vermelding in de Bijbel die van schande is. Toch, ondanks de pogingen van Israël om deze arrogante natie te vergeten, kwam de naam van Amalek enige honderden jaren na de gebeurtenis in Exodus 17 terug om hen te achtervolgen.

Agag, koning van Amalek

Het probleem met de Amalekieten werd verergerd toen Saul de eerste koning van Israël was. Hij werd geaccepteerd door God toen het volk een koning eiste, die ‘over hen zou regeren’. Saul had ernstige karakterzwakheden die uiteindelijk de door hem gevestigde monarchie vernietigden. Eén van die neigingen was een veronachtzaming van volledige gehoorzaamheid aan God.

Saul negeerde Gods bevel om de hele stad van Amalek te vernietigen. De bewoners daarvan waren de biologische en geestelijke nakomelingen van het volk dat God in de woestijn vervloekt had.

Saul en zijn leger won de strijd, “ … maar Saul en zijn leger spaarden Agag en het beste van de schapen en van het vee, de vette kalveren en lammeren – alles dat goed was.” (1 Samuël 15:8) De weigering van Saul om het oordeel van God over Agag uit te voeren kostte hem niet alleen zijn troon, maar bracht ook leed voor een toekomstige generatie van Israël.

Haman de Agagiet

Niet alleen was Haman een Agagiet, in het boek van Esther wordt ons ook verteld dat Mordechai van de stam van Benjamin was en een nakomeling van Kis. Koning Saul was ook een Benjaminiet, en de naam van zijn vader was Kis. Kunt u zien dat de vijandschap tussen Mordechai en Haman de dramatische climax was van een strijd die bijna duizend jaar had geduurd?

Mozes en Amalek, Saul en Agag, en nu Mordechai en Haman. De vloek van Amalek en de uitdelging van zijn naam herhaalt zich opnieuw in de boekrol van Esther. Het is met Poerim dat we, met heel Israël, in staat zijn om ons aan te sluiten bij Mordechai in het uitwissen van de naam van Haman, en indirect van de namen van Agag en Amalek. Het is geen toeval dat we lawaai maken en dat we de lezer proberen te overstemmen elke keer dat Hamans naam genoemd wordt gedurende het lezen van de megilla.

Net zoals zij die de oude traditie volgen om Hamans naam op de zolen van hun schoenen te schrijven, wissen wij ook de naam die God had vervloekt en veroordeeld, elke keer dat we met onze voeten stampen, boe roepen en sissen en veel lawaai maken met onze ratelaars. De naam van Haman betekent schande en moet uitgewist worden, al is het maar symbolisch, omdat het staat voor het kwaad, en voor haat en rebellie tegen de God van Israël. De namen van Esther en Mordechai brengen in tegenstelling vreugdevolle herinneringen en moeten worden geëerd.

In het boek Esther belandde Haman aan de galg die hij zelf had laten maken voor Mordechai. ‘Aan een galg hangen’ roept het beeld op van een slap lichaam van een mens die aan een koord hangt met een lus om zijn nek. Toch was ophanging volgens de Griekse historicus Herodotus (7) een veel pijnlijker vorm van executie. In het oude Perzië hing Haman niet aan een lus, maar was aan een kruis genageld en in de lucht opgeheven, een vroege vorm van kruisiging.

Hamans misdaad en straf herinnert ons aan de passage in Deuteronomium: “Een ieder die aan een hout hangt die is onder Gods vloek.” (Deuteronomium 21:23)

Goed en kwaad

De vreugde met Poerim herinnert ons aan de trouw van God en de ultieme triomf van het rechtvaardige slachtoffer over de wrede verdrukker.

Toch zijn er vandaag aan de dag die de betekenis van Poerim zien in termen van goede daden die de Hamans van deze wereld overmannen. Maar de realiteit leert ons dat ondanks onze vele goede en edele pogingen om binnen sociale en politieke begrenzingen te werken, er toch teveel Hamans zijn, waar de Esthers en Mordechais niet tegen opgewassen zijn. Zo eenvoudig als het mag klinken, zou het kunnen zijn dat de enige manier om deze wereld te herbouwen is om die nog eens op zijn kop te zetten … en als het dan op zijn kop gezet is, dan staat het uiteindelijk weer … rechtop?

Wat zou er gebeuren als de onschuldigen bereid zouden zijn om de plaats van de schuldigen in te nemen? Zou zo’n opoffering genoeg waarde hebben om de wereld weer in de juiste positie te brengen – een positie waar mensen God konden ontmoeten en Hem om vergeving konden vragen? In plaats dat een slechte Haman aan de galg zou hangen, wat zou er gebeuren als een onschuldige dit offer zou brengen?

Zou de naam van die persoon uitgewist worden, voor eeuwig vervloekt? Of zou zo’n naam de naam worden die leven en verlossing brengt, een naam die boven alle naam is, een naam waarvoor allen op een dag (met de woorden van Aleinu): “de knieën buigen en neerknielen”? (8)

Dit Poerim, als we de traditie volgen en de naam van Amalek, en van Haman en zijn gelijken uitwissen, zouden we ook de claims van Jesjoea kunnen overdenken, van wie de naam ‘verlossing’ betekent. Hij biedt leven en vrede aan aan allen, Joden en heidenen, die op Zijn naam vertrouwen. Volgens het Nieuwe Verbond zullen de namen van allen die Jesjoea volgen, geschreven zijn in het boek van het leven, waar zij nooit meer uitgewist kunnen worden. (9)

Vervloekt zij Haman en zijn soortgelijken! Gezegend zij Mordechai en Esther, en allen die trouw zijn aan de God van Israël!

Mark Stover

 

Voetnoten

1. Fox, Michael V., “The Religion of the Book of Esther,”Judaism 39:2 (Spring 1990), p.137.
2. “Purim,” in Encyclopedia Judaica, bewerkt door Cecil Roth. New York: Macmillan, 1972, p.1392.
3. Loewenthal, Tali, “Early Hasidic Teachings: Esoteric Mysticism, or a Medium of Communal Leadership?”Journal of Jewish Studies 37:1 (1986), p.58-75.
4. New York Times, 1/31/44, p.4.
5. Berg, Sandra Beth. The Book of Esther. Ph.D. dissertation, Vanderbilt University, 1977, p.67-68.
Zie ook Birnbaum, Philip, translator.Daily Prayer Book: Ha-Siddur Ha-Shalem.New York: Hebrew Publishing Company, 1949, pp. 727-730.
De traditionele Hebreeuwse liturgie voor Poerim bevat een alfabetisch acrostisch gedicht dat Haman beschrijft als een ‘gehate tak (netzer) van het nageslacht van Amalek’. Vergelijk Jesaja 11:1, waar gesproken wordt over de rechtvaardige ‘tak (netzer) van het nageslacht van Isaï’, een profetische verwijzing naar de Messias.
6. Exodus 17:8-16, is het gedeelte van de Thora dat op de ochtend van Poerim gelezen wordt.
7. Herodotus, 3.125, 129; 4.43.
8. Birnbaum, pp. 413-414. Vergelijk een zelfde passage in het Nieuwe Testament, Filippenzen 2:9-11, en in de Hebreeuwse Schriften, Jesaja 45:23.
9. Openbaring 3:5.