pessach-Sonja-Guina

We hebben net Pesach gevierd. Melodieën zoals “Chad gadja, chad gadja” en de geur van grootmoeders matzeballensoep herinnerden ons eraan dat de 14e Nisan weer was aangebroken, een tijd om onze verlossing te herdenken – een tijd om onze bevrijding van Farao en de Egyptische slavernij in herinnering te roepen. Pesach is een gezellige tijd voor het gezin wanneer we tijd hebben voor elkaar, genieten van overheerlijke gerechten uit eigen keuken, en ons dan herinneren wat God voor ons volk heeft gedaan. De meeste Joodse mensen kennen Pesach beter en houden er meer van dan van enig ander Joods feest; maar als Joods-zijn ooit meer betekenis voor ons moet krijgen dan culinaire voorkeuren en een maankalender, dan moeten we al onze feestdagen meer serieus nemen en erover leren vanuit de Schrift.

De eerste van de maanden: verwarring over de kalender

Veel van onze mensen denken er zelden of nooit aan dat Pesach door de Schepper ook bestemd was als het begin van het Nieuwe Jaar.

De Bijbel vertelt ons dat Nisan, de maand van Pesach, de eerste maand moet zijn. Maar het is Rosj Hasjana, dat gevierd wordt in de maand Tisjri, dat erkend wordt als het begin van het nieuwe jaar. Maakt het uit wanneer Joodse mensen Nieuwjaar vieren?

Het antwoord moet “Ja!” zijn. God heeft een kalender voor ons vastgesteld, zodat bepaalde tijden en feesten een betekenis zouden hebben – een rijkere en tegelijk diepere betekenis – zodat we mogen weten en zien dat het leven een betekenis heeft die de zichtbare werkelijkheid overstijgt.

Gods kalender voor het Joodse volk begint met de maand Nisan en met Pesach. Hij stelde een heel feest in dat de kinderen zou doen vragen: “Waarom is deze nacht anders dan alle andere nachten?” Na het opmerken van die verschillen zouden zij vervolgens ontdekken wat van deze nacht belangrijk was om te onthouden. Daarna heeft God nog andere feestdagen in de Thora voorgeschreven om onze levens te onderbreken met tijden die ons stil zouden zetten, en ons zouden doen kijken en luisteren.

Het heeft wat om de Heilige Schrift te nemen zoals het er staat. Als de Almachtige had gewild dat we Nieuwjaar op elke willekeurige tijd konden vieren, zonder bijzondere aandacht voor een specifieke betekenis ervan, dan is het logisch dat Hij dan niets gezegd zou hebben, of iets als: “Wat betreft tijden en feesten, daar heb Ik niets over mee te delen.”

God zegt echter dat Nisan “voor u de eerste maand van het jaar” moet zijn (Exodus 12:2). De voorrang die God aan het Pesachfeest heeft toebedeeld is een aanwijzing dat Hij van ons verwacht dat we het vieren van onze verlossing de hoogste prioriteit geven, om te gedenken dat Hij tot in Egypte reikte om ons te bevrijden en op te heffen uit de slavernij met Zijn “z’roah netuyah v’yad hazakah” (uitgestrekte arm en machtige hand).

In het geval we het belang misten van Gods bevel om dit feest van Pesach hoog te houden: zelfs het eerste gebod van de Tien Geboden wordt voorafgegaan door de oproep dat we de Heere onze God moeten gedenken “Die u uit Egypte, uit het land van de slavernij heeft uitgeleid” (Exodus 20:2). Zowel hier als in vele andere passages openbaart God Zichzelf aan ons als de God van Pesach. Hij is niet één of andere onbekende onpersoonlijke kracht, maar veeleer de God die ons uit het land van Egypte heeft uitgeleid. Dat is hoe Hij bekend wil zijn!

Voor we ook maar iets anders overwegen, is het onze plicht om Gods verlossing te herdenken! Wij zijn Zijn eigendom. Aan Hem danken we ons bestaan. Als het niet vanwege Gods hand was geweest, in Egypte, bij de Sinaï, in Babylon, in de Romeinse tijd – en ja, zelfs in de donkere dagen van de Nazi’s – dan zouden er geen Joodse mensen zijn! Wij Joden bestaan, omdat God, Die ons uitkoos, bestaat.

Zoals de Sabbat voorgeschreven was om ons aan onze Schepper te doen denken, wijzen de Verlossing en het Eerste Gebod ons ook op de noodzaak om de machtige daden van onze Schepper te herdenken en ons aan Hem te onderwerpen.

Jom Kippoer tegenover Pesach: strijd over de kalender

Veel Joodse mensen nemen Jom Kippoer waar als de heiligste dag van het jaar. Op deze ontzagwekkende dag denken we na over onze zonden en bidden ernstig om Gods vergeving. We smeken letterlijk om Zijn gave van verzoening.

Voor de meesten Joden in de wereld is dit de meest plechtige gebeurtenis van het jaar geworden. Veel van onze hedendaagse Joodse mensen zijn volledig seculier in hun visie, met weinig achting voor religie. Toch worden zelfs zij wat eerbiedig als de tiende van Tisjri dichterbij komt. Waarom?

De Schrift zegt dat Jom Kippoer de “Sabbat van de Sabbatten” moet zijn (Leviticus 23:32). God heeft Jom Kippoer ingesteld om de meest verheven dag van het jaar te zijn. Maar deze dag in de herfst is niet de enige dag om na te leven. In dit hoofdstuk van Leviticus wordt het genoemd als één van de zeven voor Joden vereiste feesten. Het is onlosmakelijk verbonden met de andere zes. De feestdagen zijn als een ketting waarmee Gods kracht ons tot een dieper begrip trekt.

De Grote Verzoendag moet in feite de samenvatting van alle feesten zijn. In Jom Kippoer zien we eerst het toegenomen besef van God, de realiteit van Gods verlossing in ons leven, en de dankzegging die we de Almachtige verschuldigd zijn voor die grote verlossing. Maar om het goed te krijgen, moet het hele begrip van verzoening beginnen met de rituelen van Pesach.

Wat Pesach ons over God vertelt: de feestdagen als openbaring

Hedendaagse Joden kunnen trouw zijn aan God of ze kunnen Hem veronachtzamen. We zouden een ziekelijke en hopeloze visie van Hem kunnen hebben zoals rabbijn Harold Kushner, die schijnt te denken dat God beperkt is – dat wat ons welzijn betreft de Schepper op verschillende tijden wel zou wensen om te helpen, maar juist niet in staat zou zijn om ons enig goed te doen.

Rabbijn Kushner lijkt zich niet bewust te zijn van de passages uit de Schrift die de onbeperkte macht van God laten zien. Het licht van de boodschap van Pesach is: hoewel we in slavernij waren gelaten, schijnbaar vergeten door de Almachtige, vergat Hij ons toch niet en vergeet Hij ons niet. Hij is niet hulpeloos meevoelend met onze benarde menselijke toestand. Jesaja de profeet geeft Gods uitroep weer: “Kan een vrouw haar zuigeling vergeten, zich niet ontfermen over het kind van haar schoot? Zelfs als zouden die het vergeten, Ík zal u niet vergeten” (Jesaja 49:15). Wij Joden zijn mensen die geneigd zijn om Gods beloften te vergeten en zelfs de dadelijke vervulling ervan.

Hoe lang duurt het nog?

God is niet echt traag om Zijn beloften te vervullen, zoals sommigen dat als traagheid beschouwen. God is ook niet onbekwaam. De Schrift toont ons dat God op Zijn eigen goede tijd gaat doen wat Hij van plan is te doen.

Denk aan Abraham. Hij zwierf 38 jaar rond vanaf de tijd dat hij zijn Chaldese huis verliet totdat Gods belofte werd vervuld in het land Kanaän.

Denk aan Jozef. Hij werd twee volle jaren in de gevangenis gelaten, wachtend op de verhoging die zeker zou komen, door de duisternis heen die veroorzaakt werd door de gevangen ondankbare schenker van Farao.

Denk aan koning David. Koning David werd ontelbare jaren opgejaagd in de wildernis, eerst door Saul en daarna door zijn zonen. Hij verschuilde zich zelfs in spelonken als een dier, terwijl hij de vervulling van Gods getrouwe belofte verwachtte, om door David heen Zijn Godsregering te herstellen.

De profeet Jesaja riep uit:

Het volk dat in duisternis wandelt, zal een groot licht zien. Zij die wonen in het land van de schaduw van de dood, over hen zal een licht schijnen. … Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op Zijn schouder. En men noemt Zijn Naam Wonderlijk, Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst (HSV Jesaja 9:1-5).

Hoe lang zou het duren vanaf de tijd dat hij deze woorden uitsprak totdat deze belofte zou worden vervuld?

God koos ervoor om bij ons betrokken te zijn

Niet alleen gaat de Eeuwige onze beperkingen met betrekking tot de tijd te boven, Hij wordt niet geregeerd door onze wensen. Onze God is niet een God die het Joodse volk alleen liet in Egypte en ook verliet Hij ons niet in de woestijn. Hij gaf ons niet alleen instructies hoe in het Beloofde Land aan te komen. Hij is veelmeer een God die persoonlijk betrokken is. Hij is een Nabije God. We zijn nooit buiten Zijn bereik.

De wonderen van Pesach waren niet het werk van Mozes alleen, of van Mozes met Aäron die de ‘familiezaken’ behartigde. De staf was in de hand van Mozes, maar het was God die de Rode Zee spleet en Egypte wegvaagde door Zijn macht. God zelf verhardde Farao’s hart; God Zelf bevrijdde ons bij de Rode Zee. God Zelf zorgde voor manna in de woestijn.

God is ontzagwekkend

De macht van God is niet te stuiten! Hij leidde het Joodse volk uit Egypte “met een uitgestrekte arm en een machtige hand.” Er waren bovennatuurlijke gebeurtenissen die de Uittocht begeleidden: de plagen, met als laatste het op slag gedood worden van de eerstgeborenen, de opening van de zee, de wolkkolom en de vuurkolom die het Joodse volk leidden. Er waren miraculeuze voorzieningen, zoals water dat uit een rots kwam toen zij geraakt werd door de staf van Mozes. Al deze dingen gebeurden omdat God Zijn ontzagwekkende aanwezigheid duidelijk wilde maken.

Diezelfde God is vandaag nog met ons. Degene die de Rode Zee spleet, staat klaar om betrokken te worden bij ons dagelijks leven, in de mate waarin wij Hem daarin een plaats geven. We citeren de liturgie van Pesach over de matze: “Zie, dit is het brood van verdrukking dat onze voorouders aten in het land van Egypte. Toen waren we slaven, nu zijn we vrij.” En door dit te doen getuigen we van onze onafscheidelijke verbondenheid met alle Joden die voor ons kwamen. Wij moeten onszelf zien alsof wijzelf in de slavernij van Egypte hebben gezeten, en op dezelfde manier moeten we onszelf zien als bevrijd uit die slavernij door de almachtige Verlosser.

Wat het Pascha ons over onszelf vertelt: overdenkingen voor de feestdagen
– dat wij God werkelijk in alles nodig hebben

Terwijl we Pesach overdenken, wordt het duidelijk dat wij mensen zijn die niet in staat zijn om onszelf los te maken uit de slavernij die ons gevangen houdt.

Als het niet vanwege de hand van God geweest was, zouden we misschien nog steeds in Egypte ons lot bewenen. Terwijl we idealistische dromen hebben waarin we in staat zijn om onze levenssituaties te veranderen, hebben erg weinigen de kracht om meer dan kleine aanpassingen te maken zonder de kracht van God. Wij kunnen van het ene deel van Gosen naar een ander deel verhuizen, maar werkelijk grote gebeurtenissen zoals de Uittocht vragen om de kracht van God. Hij alleen kan de veranderingen in gang zetten en ons brengen op de plaats waar Hij ons hebben wil en ons daar onderhouden.

We verlangen naar aanzienlijke verbeteringen in de kwaliteit van ons bestaan. Wij verlangen ernaar vrij te zijn, maar we zijn niet in staat om de traagheid van de menselijke natuur te overwinnen. Als God ons niet uit onze levenssituaties opheft en uit alles wat ons onderdrukt, kunnen wij nooit uitstijgen boven de zonde en zelfzuchtigheid die ons ketenen en naar beneden trekken.

Maar hoe gaat God dat vandaag aan de dag doen? Hoe zullen we ooit bevrijd worden van de dagelijkse beslommeringen die ons binden, en van de zonde die ons bezet? Wonderlijk genoeg hebben de middelen tot verlossing toen en nu een overeenkomstigheid. Het begint met een gebeurtenis.

Eerst vestigt God onze aandacht op een gebeurtenis – het doden van een lam. Dit lam wordt een offer dat afdoende is – het middel van redding, het middel van verlossing.

Het Pesach-lam werd met grote zorg gekozen. Er is uitgebreide regelgeving betreffende het lam. En het was het één jaar oude babyschaap dat geofferd moest worden zodat de Hebreeuwse familie de laatste plaag bespaard kon worden, namelijk het gedood worden van de eerstgeborenen. Als het gezin niet binnen in het huis was om Pesach te vieren, of als zij geen bloed aan de deurposten van hun huis streken, dan zouden hen de gevolgen van deze plaag niet bespaard blijven. Verlossing was niet compleet zonder het geslachte lam en het op de juiste manier aangebrachte bloed.

Dit kan een beetje wreed lijken voor ons in de twintigste eeuw, maar het was heel gewoon in Bijbelse tijden. Zonder het vergieten van bloed zou er geen verlossing zijn geweest.

Komt dit niet overeen met al Gods verbondsbeloften?

Zelfs bij de brit mila, het verbond van de besnijdenis, vloeit er bloed. Het lijkt dan toepasselijk dat, toen God op het punt stond om een verbond met Mozes in te luiden bij de berg Sinaï, Hij dit vooraf liet gaan door het vergieten van bloed door het offer van Pesach.

Een profeet van het Joodse volk, met de naam Johannes, gebruikte het beeld van het vergieten van bloed als een daad van een verbond. Hij wees naar Jezus van Nazareth en riep uit: “Zie het Lam van God, dat de zonde van de wereld wegneemt.” Door dat beeld te gebruiken verbond hij de verlossing door de gebeurtenis met Pesach aan een passage in Jesaja 53 die aangaf dat de beloofde Messias voor onze zonden zou sterven.

In het licht hiervan is het niet verbazend dat Jesjoea (Jezus), Degene die in feite door Zijn navolgers zou worden geïdentificeerd als “het Lam van God”, een onschuldige offerdood zou sterven. In feite vergoot Jesjoea Zijn bloed zoals ook het Pesach-lam dat moest doen. Zijn dood bracht een andere, langer durende verlossing teweeg dan de verlossing van de slavernij in Egypte.

Jesjoea als het Lam van God stond borg voor ons, voor de vergeving van de zonden die ons van God scheiden. In onze slavernij van de zonde en ons onvermogen om te veranderen, zijn wij het waard om gedood te worden, dat is de eeuwige scheiding van onze zielen van God. Maar door de offerdood van Jesjoea moet de Verderfengel voorbijgaan.

Maar Zijn offer is niet genoeg

Het Pesach-lam moest niet alleen gedood worden, het bloed moest ook aan de deurposten van individuele Joodse huizen gestreken worden om de eerstgeboren zonen te redden. Zo is het ook niet genoeg dat Jesjoea voor de zonden van de wereld stierf. Het is niet genoeg dat Hij Gods gave was om verzoening te bewerkstelligen voor het hele menselijke ras. Als zij willen leven dan moeten individuele zonen en dochters zich deze voorziening eigen maken in een persoonlijke ontmoeting met het Lam van God.

Pesach voor ons vandaag

Sommige van de betekenissen van Pesach zijn duidelijk en gemakkelijk na te gaan of af te leiden. Ons wordt telkens opnieuw verteld dat met Pesach de gebeurtenis van de bevrijding herdacht wordt. Maar elke keer dat het verteld wordt, worden onze gedachten en onze aandacht op een verschillend facet van de natuur van God gevestigd. De Schrift zegt bijvoorbeeld de ene keer dat Hij ons uit het land van Egypte heeft uitgeleid met Zijn eigen rechterarm, en zo zien we de almacht van God, dat Hij werkelijk machtig is om te redden. Een andere keer vertelt de Schrift over God in termen van plagen en oordelen over het huis van Egypte. Hierin zien we het facet van God als rechter en uitvoerder van het recht.

Weer een andere keer spreekt het relaas van Pesach over God Die Israël in liefde verwekt en zien we dat God liefde is:

Maar vanwege de liefde van de HEERE voor u, en om de eed die Hij uw vaderen gezworen had, in acht te nemen, heeft de HEERE u met sterke hand uitgeleid en heeft Hij u verlost uit het slavenhuis, uit de hand van farao, de koning van Egypte. (Deuteronomium 7:8)

Met andere woorden, als we naar het historische gebeuren van Pesach kijken, dan zien we niet alleen dat de Hebreeuwse mensen Egypte ontvluchtten. We beginnen sommige van de eigenschappen van de God van de Hebreeërs te zien.

Soms zijn de beelden naast elkaar geplaatst: soms wordt de nadruk gelegd op de sterke rechterarm als het middel dat God gebruikt en andere keren ligt de nadruk op het volkomen lam. Wanneer we op het lam zien dan zien we dat het niet alleen als voedsel moest dienen, maar ook als offer – en niet zomaar een offer, maar een ongewoon soort offer. Terwijl alle andere offers verteerd werden terwijl we erbij zaten of aanlagen, moesten de Israëlieten blijven staan, alsof ze gereed waren om te vertrekken en ze moesten de hele feestmaaltijd op die manier gebruiken.

Pesach voorziet in het ene beeld na het andere, het ene plaatje na het andere, penselen en paletten, elk een deel van het patroon schilderend dat iemand niet kan zien door te dichtbij te staan, of door de penseelstreken te bestuderen. De schoonheid van wat wordt afgebeeld moet van een afstand worden bekeken, zodat kleuren en penseelstreken één geheel kunnen vormen. En wij Joden zijn altijd te dicht bij onze eigen geschiedenis geweest om het echte plaatje te kunnen zien van wat er zich afspeelde.

Een laatste woord over de eerste van de maanden

Daarom komen we terug bij de vraag waarom de kalender werd veranderd om het nieuwe jaar in Tisjri te laten beginnen, in plaats van in Nisan.

Vanuit de geschiedenis gezien is één van de belangrijke waar te nemen facetten over Pesach, dat het leven, of het nou nationaal of persoonlijk is, met verlossing begint – een uitleiden, een wegroepen. Het is een tijd waarin de mensen hun gewone relatie met de wereld achter zich laten en in een speciale relatie met God treden. De Heilige Schrift laat in veel plaatsen door de profeten zien dat God een nieuw begin wilde voor de vroegere Israëlieten, en Hij wil dat nu ook voor u. Het maakt wel verschil of u het in het begin van de lente viert of in de herfst. Laat uw leven beginnen met het leven van het Pesach-lam, nieuw leven in Jesjoea, het Lam van God.

Bob Mendelsohn