pentecost

Het was ongeveer 168 jaar voordat de Messias zou komen, en Israel verkeerde in moeilijkheden. Overwonnen door de Grieken, ongeveer anderhalve eeuw daarvoor, leefde de natie onder heidense overheersing. Alexander de Grote was aanvankelijk goed geweest voor de Joden, maar hij stierf na enige tijd en zijn generaals namen zijn bewind over.

Uiteindelijk erfde Antiochus de troon. Hij noemde zichzelf Epiphanes, wat ‘goddelijk’ betekent, maar zijn gedrag bracht de Joden ertoe hem Epimanes te noemen, wat ‘krankzinnige’ betekent. In het begin was Antiochus niet zo wreed. Hij wilde dat de wereld zijn voordeel zou doen met de rijke culturele erfenis van de Grieken: democratie, filosofie, wetenschap, kunst en sport. Er was één nadeel van zijn goedgunstig bewind. Hij stond zijn onderdanen alleen toe de Griekse religie te beoefenen. Voor de Joden, die alleen Jehova volgden, de enige ware God, was dit heel slecht nieuws.

Onder het bevel van Antiochus marcheerden de Griekse legers door het land en richtten heidense altaren op. Het bestuderen van de Schriften en de openbare eredienst moesten verder ondergronds plaatsvinden. Betrapt worden op het aanbidden van Jehova betekende de dood, en veel Joden stierven liever dan zich te verontreinigen door het buigen voor een afgod.

Op een dag maakte Antiochus een grootse intocht in Jeruzalem. In zijn totalitaire pogingen om zijn religieus beleid af te dwingen, offerde hij een varken op het heilige altaar in de Tempel. De Joodse mensen waren woedend, en weigerden ondanks deze vervolging het dienen van de God van Israel na te laten. De repressieve politiek van Antiochus Epiphanes duurde voort totdat Mattathias, een Joodse priester, een opstand begon die uiteindelijk tot het omverwerpen van de heidense overheersing in Israel leidde.

Volgens het verhaal in buitenbijbelse geschriften stierf Mattathias binnen een jaar, maar zijn zoon Juda nam de leiding van de opstand over. Zij noemden Juda Maccabee, wat ‘hamer’ betekent. Er werd gezegd dat hij Gods hamer was om de Syriers te verpletteren. Geschiedenis en legende zijn met elkaar verweven, maar het schijnt dat de moedige Joodse opstandelingen na drie jaar de Syrische onderdrukkers overwonnen.

Nadat de vijand verslagen was moest de verontreinigde Tempel worden gezuiverd en ceremonieel gereinigd voor de dienst van God. Toen Juda de Tempel weer inwijdde voor de dienst aan Jehova, werd slechts één kruik met geheiligde olie gevonden. Dit was maar voor één dag genoeg, maar volgens de legende bleef dit op miraculeuze wijze acht dagen branden, tot er nieuwe olie kon worden bereid.

Joden herdenken dit ‘wonder van de olie’ met de jaarlijkse viering van Chanoeka. Chanoeka wordt ook het Lichtfeest genoemd of het Feest van de Inwijding. Het is waarschijnlijk één van de meest gevierde feesten van de Joodse kalender. Gedurende acht opeenvolgende dagen worden in Joodse huizen lichten aangestoken op negenarmige kandelaars, menora’s genoemd.

Behalve het herdenken van het ‘wonder van de olie’ wordt met Chanoeka ook het aansteken van de eeuwige vlam in de Tempel na zijn herinwijding herdacht. De brandende menora moet licht verspreiden in Joodse huizen in de verwachting van toekomstige betere dagen – een tijd van herstel naar God toe.

Jammer genoeg is deze toekomstverwachting vandaag aan de dag niet altijd het eerste waar veel Joodse mensen aan denken als zij Chanoeka vieren. Net zoals de Adventstijd – ter ere van de geboorte van de Messias – gekleurd is door de commercie, zo is ook het Joodse feest van Chanoeka doordrenkt van het secularisme. Voor veel Joden heeft Chanoeka veel van zijn geestelijke betekenis verloren. Toch beschouwen velen het nog steeds als het vieren van hun vrijheid om te kunnen leven en aanbidden als Joden.

Terwijl sommige Joodse mensen misschien niet erg veel van de Joodse religie beoefenen, voelen zij in het algemeen wel de behoefte om het te verdedigen als de hoeksteen van Joodse identiteit. Chanoeka is veel meer geworden dan een herinnering aan een militaire overwinning. Het is een tijd geworden om te denken aan onze Joodse voorouders, die vochten voor hun identiteit als Joden – een oproep van de bazuin om over de instandhouding van ons volk na te denken en ons daarin te verblijden.

Chanoeka heeft een toepassing voor zowel Joodse als heidense gelovigen. Laat Chanoeka ons ertoe aanzetten om Gods grote daden in de geschiedenis en in ons eigen leven te overdenken. Terwijl Chanoeka inwijding betekent, laat het ons ook aansporen om over onze toewijding aan Gods wil en aan Gods wegen na te denken, en om ons te identificeren met Gods bedoelingen, zo dat het allerbelangrijkste doel van ons leven zal zijn om te zeggen, “Heere, volvoer uw werk door mij heen.” Het belangrijkste doel van het leven van Jezus was Golgotha. Dat we in staat mogen zijn om met Hem te zeggen: “Vader, niet Mijn wil, maar Uw wil geschiedde.”

Op het Chanoekafeest (zie Joh. 10:22-31) deed Jezus Zijn meest krachtige uitspraak: “Ik en de Vader zijn Eén.” Hij gebruikte dit feest als een platform om uit te roepen dat Hij echt God was, omdat Hij het Licht van de wereld was.

Licht is pure energie. Licht kan niet doordrongen en overwonnen worden door duisternis, die eenvoudigweg de afwezigheid van licht betekent. Door te zeggen dat Hij het Licht van de wereld was, identificeerde Jesjoea Zichzelf als de echte en ware God, in Wie geen duisternis is. In de Menswording doordrong Hij de duisternis van deze wereld. Hij kwam uit de hemel om die duisternis te doordringen met Zijn Licht.

Als Joden ontsteken we de Chanoekalichten zodat we door de aanblik daarvan God kunnen danken voor Zijn wonderen. Als Joden die Jezus hebben gevonden, weten wij dat Hij de bekroning is van al Gods wonderen. Hij is de Ner Tamid, het Eeuwige Licht dat de wereld binnenkwam in Bethlehem, die sterrennacht lang geleden. Laat ons God prijzen voor Zijn getrouwheid, en laat het voorbeeld van Jesjoea, van volledige overgave, ons ertoe aansporen om Gods opdracht in ons leven te vervullen.

Andrew Barron