lights

Ja inderdaad, zonder Chanoeka zou er geen Kerstmis zijn. Toch valt Chanoeka, ook bekend als het ‘Feest van de Inwijding’ of het ‘Lichtfeest’, niet onder de te vieren feestdagen die God onder het Oude Testament aan Israel had opgedragen. In feite zul je dit feest in de Bijbel maar één keer genoemd vinden: “En het was het feest van de inwijding van de tempel in Jeruzalem, en het was winter. En Jezus liep rond in de tempel, in de zuilengang van Salomo.” (Joh. 10:22-23)

Jezus koos ervoor om in de Tempel te zijn gedurende dit feest. De opzienbarende uitspraak die Hij daar deed wordt het best begrepen tegen de achtergrond van dit feest. Met Chanoeka worden gebeurtenissen herdacht die plaats vonden in de intertestamentaire periode, dat wil zeggen de periode tussen het Oude en Nieuwe Testament. Het Joodse volk was onder vreemde overheersing, onder het bewind van de Syrische koning Antiochus, die hen dwong om afstand te doen van hun kultuur en religie. Hij zorgde ervoor dat het Joodse volk de Tempel niet kon gebruiken om hun God te aanbidden. Hij richtte afgodsbeelden op in de heilige plaats – en wat het ergste was, hij offerde een varken op het altaar.

Het Joodse volk werd volkomen verslagen en gedemoraliseerd – totdat een kleine groep van guerilla strijders, bekend als de Maccabeeën, hun hoop weer aanwakkerde. Binnen drie jaar wisten deze strijders op miraculeuze wijze Jeruzalem en de Tempel te heroveren.

Merk op dat Chanoeka – dat inwijding betekent – niet vernoemd werd naar de moedige strijders. De echte overwinning was dat de God van Israel weer aanbeden kon worden. De Tempel werd opnieuw ingewijd op de 25e dag van de Joodse maand Kislew, in het jaar 165 BC. (Dit jaar komt de 25e van de maand Kislew overeen met 29 november van onze kalender).

Een veelgebruikte Hebreeuwse uitdrukking verbonden met Chanoeka is “nes gadol haya sham,” dat “Er gebeurde daar een groot wonder” betekent. Twee wonderen plus een gemeenschappelijk thema verbinden Chanoeka en Kerstmis op een manier die naar ik hoop jullie waardering voor beide zal doen toenemen.

Het eerste wonder is de instandhouding van het Joodse volk. Als Antiochus succesvol was geweest, dan zou Israel haar unieke identiteit hebben verloren en God’s dierbare beloften zouden niet nagekomen zijn. Als Antiochus zijn zin had gehad, dan zou er geen herkenbare Joodse kultuur meer zijn geweest waarin de Messias geboren kon worden. Zonder Chanoeka zou er geen Kerstmis zijn geweest.

Wanneer je ook maar in de verleiding komt om te twijfelen aan Gods verlossende macht in je leven, denk dan aan het wonder van Zijn reddend vermogen dat door Chanoeka heen gezien wordt, en hoe de kleine groep strijders tegen alle verwachtingen in overwon. De manier waarop God Zijn volk Israel in stand hield weerspiegelt de manier waarop Hij ons allen voortdurend blijft bewaren, zowel Joden als heidenen die op Hem vertrouwen.

Het tweede wonder dat met Chanoeka verbonden is, is het wonder van het licht, een overlevering die voor het eerst in de Talmoed genoemd werd – pas honderden jaren na de gebeurtenissen beschreven. Volgens deze overlevering was de menora, de zevenarmige kandelaar die in de Tempel brandende gehouden moest worden, uitgedoofd door de handlangers van Antiochus. Toen de Maccabeeën de Tempel heroverden, reinigden zij die en zochten naar verse olie om de heilige vlam weer te ontsteken. Maar zij ontdekten slechts genoeg olie voor één dag, terwijl het acht volle dagen zou kosten om verse olie aan te voeren. Volgens de overlevering gebruikten zij in hun ijver om de Tempel weer in te wijden de weinige olie die zij hadden om de vlam weer te ontsteken, en op miraculeuze wijze bleef de vlam acht hele dagen branden.

Het is vanwege deze overlevering dat we Chanoeka acht nachten vieren, en dat we een speciale Chanoekia, een negenarmige kandelaar gebruiken. De sjamasj of ‘dienaarkaars‘ wordt eerst ontstoken, en die ontsteekt op zijn beurt alle andere kaarsen, te beginnen met één kaars in de eerste nacht. Elke nacht wordt een nieuwe kaars ontstoken, tot de achtste nacht, wanneer de gehele Chanoekia licht geeft.

Het boek van de Maccabeeën geeft ons een andere verklaring waarom Chanoeka acht dagen duurt. Men wijdde de Tempel in gedurende het Loofhuttenfeest (een acht dagen durend feest dat de maand ervoor gehouden zou zijn als de Syriers de Tempel niet hadden bezet). Koning Salomo koos ervoor de Tempel in te wijden gedurende het Loofhuttenfeest (2 Kron. 6 en 7), dus is het aannemelijk dat men hetzelfde wenste te doen.

De Joodse historicus Josephus verwees naar Chanoeka als het Lichtfeest, maar licht was ook een groot onderdeel van de viering van het Loofhuttenfeest. In de ‘Voorhof der vrouwen’ werden vier gigantische kandelaars ontstoken, die elk vier enorme schalen olie bevatten. De gloed van deze 16 vlammen konden rond heel Jeruzalem worden gezien. Hoe toepasselijk was het dat Jezus dit gedeelte van de Tempel uitkoos om uit te roepen, “Ik ben het Licht der wereld; wie Mij volgt, zal beslist niet in de duisternis wandelen, maar zal het licht van het leven hebben.” (Joh. 8:12).

Jezus verlicht ons pad net als de dienaarkaars op Chanoeka, en zendt Zijn Geest om het licht ook in ons te ontsteken, zodat we Zijn licht kunnen verspreiden in een donkere wereld. Wij hebben niet genoeg “olie” om een leven toegewijd aan God te leven, maar Jezus heeft er op miraculeuze wijze voor ons in voorzien.

Het wonder van instandhouding maakte Kerstmis mogelijk, en het wonder van het licht herinnert ons aan Jezus, van wie de profeten hadden voorzegd dat Zijn komst “een Licht voor de heidenvolken” zou zijn, wiens heil “tot aan het einde van de aarde” zou reiken. (Jes.49:6)

Tenslotte, het gemeenschappelijke thema dat Chanoeka en Kerstmis verbindt is ‘God met ons’, Immanuel. Een traditioneel Chanoeka lied prijst God: “Rots der eeuwen, laat ons lied uw verlossende macht prijzen; temidden van de woedende vijanden was U onze schuilplaats; razend van woede vielen zij ons aan, maar Uw arm behoedde ons; en Uw woord brak hun zwaard toen onze eigen kracht ons faalde.”

God was aanwezig bij Zijn volk op een manier die de grond onder de voeten van de slechte Syrische koning weghaalde. Toen Antiochus de Tempel binnenging om die te verontreinigen, riep hij zichzelf uit tot Antiochus ‘Epiphanes’, wat “God geopenbaard” betekent. Het Joodse volk verwierp zijn schandelijke valse aanspraak op de godheid.

Vals, want God had beloofd om aanwezig te zijn bij Zijn volk, niet alleen in een miraculeuze militaire overwinning, maar in het vlees. Hij beloofde om werkelijk te zijn waar Antiochus in zijn waanzin aanspraak op maakte – de vleesgeworden God. Deze belofte was opgesloten in de speciale naam waarvan de profeet Jesaja had voorzegd dat de Messias daardoor gekend zou worden: “Zie, de maagd zal zwanger worden, Zij zal een Zoon baren en Hem de naam Immanuel geven.” (Jesaja 7:14).

Hoe ontroerend is het dat Jezus het Feest van de Inwijding koos om in de Tempel te staan, in de zuilengang van Salomo, en uitriep “Ik en Mijn Vader zijn één.” (Joh. 10:30). Kan het een samenloop van omstandigheden zijn dat Jezus deze tijd en plaats koos om Zijn godheid te openbaren?

Johannes vertelt ons dat in antwoord op Zijn aanspraken de Joodse leiders “opnieuw stenen oppakten om Hem te stenigen.” (zie Joh. 10:31). Zij beschuldigden Hem van godslastering, “omdat U, Die een Mens bent, Uzelf God maakt.” (v.33).

Hier is een interessante zijsprong die dateert van de oorspronkelijke viering van Chanoeka. Voordat de Tempel opnieuw ingewijd kon worden, moesten we een nieuw altaar bouwen met schone stenen. Maar wat te doen met de stenen van het oude altaar? Die waren natuurlijk schoongemaakt, maar konden ze ooit als schoon worden beschouwd, zo poreus als ze waren? Volgens de overlevering waren deze stenen opgeslagen in de zuilengang van Salomo, tot de tijd dat de Messias zou komen en uit zou leggen wat ermee moest gebeuren.

Kon het zijn dat toen de Joodse leiders rond de zuilengang van Salomo naar stenen zochten om naar de Messias Jezus te gooien, dat zij juist die stenen opraapten van dat oude altaar? Wat een goddelijke ironie – om het symbool van de offerdienst naar Degene te gooien die op het punt stond Zichzelf voor ons allen op te offeren.

Het is alleen omdat Jezus Immanuel is, God met ons, dat Hij Zichzelf kon offeren als een verzoening voor onze zonden. Hij werd geboren om te sterven en om overwinnend op te staan, geboren om ons pad te verlichten en om ons tot lichten te maken, geboren om aanbeden te worden door Joden en heidenen die neer willen buigen en Diegene aanbidden die de hoop is van Chanoeka en de Christus van Kerstmis. Deze twee feesten delen hun ultieme betekenis in de persoon van Jesjoea (Jezus) de Messias. Hij is werkelijk de Rots der Eeuwen.

David Brickner