image-1image-2image-3
Intro 01

Introductie

Een vraag is een vraag als iemand echt een antwoord wil, nietwaar? Sommige mensen komen met vragen als barricades terwijl ze het antwoord waarschijnlijk niet eens willen horen. Maar als u één van de mensen bent die oprecht benieuwd zijn hoe Joodse mensen in Jezus kunnen geloven, als u werkelijk meer wilt begrijpen wat het voor u zou kunnen betekenen en waarom, dan zult u hier waarschijnlijk antwoord vinden op sommige van uw vragen. We hopen dat deze links nuttig zullen blijken. Als u een andere vraag heeft die nog niet beantwoord is, zouden we dat graag horen en de gelegenheid krijgen om een doordacht antwoord te sturen.

VV 02

Veelgestelde vragen

  1. Hoe kunt u in Jezus geloven en uzelf nog steeds Jood noemen?
  2. Waarom aanbidden christenen drie Goden?
  3. Als Jezus de Messias is, waarom is er dan geen vrede op aarde?
  4. Hoe kunt u in God geloven, en wat nog moeilijker is, in Jezus, na de
    verschrikkingen van de Holocaust?
  5. Hoe kunt u in het Nieuwe Testament geloven?
  6. Als u nog steeds Joods bent, onderhoudt u dan nog steeds de wet van Mozes?
  7. Joden geloven niet in bekeringen naar het Jodendom. Waarom probeert u dan om iedereen tot uw manier van denken over te halen?
  8. In principe ben ik een goed mens, en heel gelukkig met mijn eigen religie. Waarom zou ik in Jezus moeten geloven?
  9. Als Jezus de Messias was, waarom geloven de rabbijnen dan niet in Hem?
  10. Hoe kun je beweren dat Jezus de enige weg is om God te leren kennen?
Antwoorden 03.1

Hoe kunt u in Jezus geloven en uzelf nog steeds Jood noemen?

Laten we eerst definiëren wie een Jood is. Is iemand een Jood op grond van religie, cultuur of afkomst? Bijbels gezien is een Jood een persoon die behoort tot het volk dat afstamt van Abraham, Izak en Jakob; het volk met wie God een verbond gesloten heeft door Abraham, Mozes en David heen. Het is God Zelf Die ons Joods gemaakt heeft.

De term ‘christelijk’ komt van het Griekse ‘Christos’, dat een vertaling is van het Hebreeuwse ‘Mashiach’, wat ‘Messias’ betekent. Een christen wordt gedefinieerd als iemand die de beslissing genomen heeft om Jesjoea als de Messias te volgen, of hij nu Jood of heiden is. Christen worden is een persoonlijke zaak tussen een individu en God; niemand kan als ‘christen’ geboren worden. Je moet een tweede geboorte doormaken of ‘opnieuw geboren worden’.

De eerste christenen waren Joden die waren gaan geloven dat Jesjoea de Messias was. Niemand van hen deed afstand van zijn Joods-zijn. Hun geloof was gebaseerd op eeuwenoude beloften, die gevonden werden in de Hebreeuwse Schriften. In het allereerste begin werd het christendom beschouwd als niet meer dan weer een andere secte binnen het Joodse geloof. Pas jaren later werden heidenen de gelegenheid geboden om in Jesjoea te gaan geloven zonder eerst bekeerd te hoeven worden tot het Judaïsme.

Daaruit volgt dat als Jesjoea de Messias is, er niets méér Joods kan zijn dan in Hem te geloven.

Antwoorden 03.2

Waarom aanbidden christenen drie goden?

Dit is een veelvoorkomende misvatting. Het christendom is net zo stellig monotheïstisch als het Judaïsme. Wat christenen geloven is dat deze éne God in drie personen of persoonlijkheden bestaat. Dit geloof is gebaseerd op de Schriften, op zowel het Oude als het Nieuwe Testament.

We beamen dat de Hebreeuwse Bijbel het éénzijn van God leert. De cruciale bevestiging daarvan is voor de Joden altijd het Shema geweest: “Hoor, Israël! De Heere, onze God, de Heere is één.” Ook Jezus heeft het Shema bevestigd. (Markus 12:29)

Het Shema gebruikt het Hebreeuwse woord echad. Dit woord staat een meervoudigheid of diversiteit binnen een eenheid toe. Het gebruikelijke Hebreeuwse woord voor God, Elohim, is feitelijk ook een meervoudsvorm.

Er is een woord in het Hebreeuws om een ondeelbare eenheid te beschrijven: yachid. Toen hij zijn beroemde Dertien Artikelen van het Geloof opstelde, verving Maimonides (RAMBAM) echad door yachid om de natuur van God te omschrijven. Sindsdien heeft het Judaïsme altijd het idee van een ondeelbare eenheid van God gekoesterd. Toch geeft de Bijbel talrijke voorbeelden die laten zien dat er diversiteit is binnen de Goddelijke eenheid.

De Zohar, het belangrijkste boek uit de Joodse mystiek, heeft ook onderkend dat het idee van een ‘meervoudigheid in eenheid’ niet vreemd is aan het Joodse denken.

In de Hebreeuwse Schriften zijn er twee andere persoonlijkheden die getypeerd worden als onderscheiden van en toch min of meer gelijk aan God. Dit zijn de Engel van de HEERE en de Geest van God of de Heilige Geest.

De Engel van de HEERE wordt soms geïdentificeerd als God Zelf, zoals in Genesis 16:7,13 en 22:11,12.

De Geest van God wordt in de Schrift beschreven als een eigen persoonlijkheid, maar toch geïdentificeerd als God, zoals in Genesis 1:2; Psalm 51:13; Jesaja 11:2.

In het Nieuwe Testament worden de drie genoemde persoonlijkheden voorgesteld als God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest, zonder de fundamentele bevestiging van het Shema aan te tasten.

Mensen zeggen vaak: “Is het niet zo dat christenen geloven dat Jezus de Zoon van God is en ook God? Daarmee stellen zij dat een mens God zou zijn, en God heeft niet eens een Zoon.”

In 1 Kronieken 17:13 wordt er naar de koning van Israël verwezen als naar de ‘zoon’ van God. De Talmoed stelt ook dat de Messias Gods Zoon zou zijn. De gedachte in de Schrift is niet dat een mens God werd, maar dat de Messias Zelf God zou zijn en zou komen als een mens. Jesaja 9:5 beeldt de komst van de Messias op deze manier af: “Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op Zijn schouder. En men noemt Zijn Naam Wonderlijk, Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst”. Maar als God inderdaad een ‘Drie-eenheid’ is, dan is het mogelijk voor de Messias om zowel God genoemd te worden als te bestaan in een relatie die gekarakteriseerd wordt als ‘Zoon van God’.

Antwoorden 03.3

Als Jezus de Messias is, waarom is er dan geen vrede op aarde?

Als elke raket in de wereld plotseling ontmanteld zou worden en elk mes en elk geweer zou worden vernietigd, dan zouden mensen al snel nieuwe wegen vinden om het kwaad te propageren en elkaar geweld aan te doen. Echte vrede moet méér inhouden dan alleen de afwezigheid van oorlog. Het is niet genoeg om alleen de omstandigheden te wijzigen. Echte vrede is een zaak van wat in het hart van mensen leeft. Werkelijke vrede moet van binnenuit beginnen. Dit is iets dat alleen voortkomt uit bekering tot God, en toewijding aan Jezus als de Messias en Vredevorst.

Het feit dat mensen Joden vervolgd hebben onder het mom van het volgen van Jezus, laat alleen zien dat zij die zeiden dat zij christenen waren niet de vrede van God bezaten en dat zij geen volgelingen waren van het onderwijs van Jezus. In feite waarschuwde Jezus er Zelf voor dat er mensen zouden komen die Hem ‘Heer’ zouden noemen, maar die regelrecht tegen de wil van God in zouden handelen.

Zij die werkelijk het onderwijs van Jezus hebben nagevolgd hebben hun hulp en steun uitgestrekt tot het Joodse volk, zoals bijvoorbeeld Nederlandse christenen die de Joden verborgen gedurende de Holocaust.

Antwoorden 03.4

Hoe kunt u in God geloven, laat staan in Jezus, na de verschrikkingen van de Holocaust?

De beste redenen, aangedragen door de meest wijze mensen van deze eeuw, zijn hopeloos ontoereikend om deze vraag te beantwoorden. En misschien zijn de antwoorden op de vragen die door de Holocaust opgeworpen worden (zoals ‘Waar was God toen er zes miljoen mensen stierven? Wat heeft dit te betekenen? Hoe kan het leven enige betekenis hebben in het licht van zo’n uitbarsting van geweld en dood?’) te angstaanjagend om onder ogen te zien, omdat het uiteindelijk niet een zaak is van het ene ras tegen het andere, of van de ene religie die een andere concurrerende religie probeert uit te roeien, of van politiek opportunisme. In plaats daarvan ligt de vreselijke waarheid in de ware aard van alle mensen van alle tijden.

Er zijn vroeger ook holocausten geweest. Onder ons eigen volk: de dagen van Farao of van Haman. Meer recent zijn er genocides geweest in Soedan, Rwanda en Bosnië.

De Holocaust bewijst des te meer dat de ware aard van mensen verwrongen en verdorven is, waaruit de grootste vloek van de mensheid voortkomt. De rabbijnse theologie kan niet verklaren hoe een rechtvaardig, liefhebbend en barmhartig God, Die Israël tot Zijn uitverkoren volk bestempelt, zoiets zou kunnen laten gebeuren. Dit wijkt af van de Bijbelse gedachte die ons leert dat de mens van nature slecht is en dat we geboren worden met een natuur die onvermijdelijk zal zondigen. Psalm 51:7 laat dit zien: “Zie, ik ben in ongerechtigheid geboren, in zonde heeft mijn moeder mij ontvangen.”

In het rabbijnse denken neemt men aan dat de mens op één of andere manier zijn slechte neigingen kan onderdrukken. Het bestuderen van de Thora, het nakomen van religieuze verplichtingen en het onderhouden van de gebeden worden voldoende geacht om de menselijke natuur te versterken in het overwinnen van de slechte neigingen van binnen. Maar dit was niet het onderwijs van de profeten en van het oorspronkelijke Judaïsme. Jeremia schreef: “Arglistig is het hart, boven alles, ja, ongeneeslijk is het, wie zal het kennen?” (Jeremia 17:9)

Eén van de meest onthutsende feiten van de Holocaust is dat vele Nazi’s uiterst oprecht waren. Maar het oprechte geloof van de mens dat hij het juiste doet is eenvoudigweg niet genoeg om rechtvaardigheid te garanderen, want de grootste wreedheden zijn altijd begaan in de naam van de waarheid, van religie en van nationalisme.

Het vermogen van de mens om het kwade te doen en om het kwaad door anderen begaan te verdragen is iets dat geen humanistische filosofie kan verklaren. De mens is het gevaarlijkst wanneer hij gelooft dat hij absoluut gelijk heeft. Oprechtheid is net zo’n loyale dienaar van het kwaad als van het goede.

Wij hebben een Verlosser nodig, Die machtiger is dan alle naties van deze wereld samen. Wanneer we geconfronteerd worden met onze menselijke begeerte en verleid worden door het sterke en aantrekkelijke, ongeacht hoe het zich presenteert, hebben we beslist veel meer nodig dan enkel goede bedoelingen en innerlijke opwellingen. We hebben de tussenkomst van de Schepper Zelf nodig om een ieder van ons van onszelf te verlossen.

Het Joodse volk zal overleven, ondanks Farao’s, Hamans, Hitlers en alle demonische krachten in deze wereld. Het is juist om te rouwen over de zes miljoen die uitgemoord zijn, maar het is goed om in te zien dat als de kwade machten overwonnen zouden hebben, ons Joodse volk al drieduizend jaar geleden vernietigd zou zijn. Het is waar dat de Holocaust heeft plaatsgevonden, maar het is ook waar dat God het Joodse volk heeft bewaard. We hebben overleefd als bewijs dat de Bijbel waar is en dat God Zijn woord houdt.

Antwoorden 03.5

Hoe kunt u in het Nieuwe Testament geloven?

Het Nieuwe Testament is een Joods boek, bijna geheel geschreven door Joodse mensen. De meeste concepten van het Nieuwe Testament kunnen niet los van hun achtergrond in de Hebreeuwse Bijbel begrepen worden.

Als het om beschuldigingen van anti-semitisme gaat: in de vroege dagen van het christendom waren er geen heidense gelovigen. De hele vraag of Jezus de Messias was, was een ‘familieaangelegenheid’ die beantwoord moest worden door de ‘familie’ van het Joodse volk. De toonzetting van vele passages die kritiek laten zien op dit of dat onderdeel van het Joodse volk moet in deze context worden gezien.

De ‘scherpe’ passages in het Nieuwe Testament lijken meer op de morele vermaningen van de profeten dan op de intolerante rhetoriek van middeleeuwse preken. De echte vraag die overblijft is niet ‘Is het Nieuwe Testament Joods?’, maar veelmeer ‘Is het waar?’

Antwoorden 03.6

Als u nog steeds Joods bent, onderhoudt u dan nog steeds de wet van Mozes?

Sommigen van ons houden zich aan meer onderdelen van de wet dan anderen, omdat sommigen van ons strenger zijn dan anderen, precies zoals het geval is in de grotere Joodse samenleving. Diegenen onder ons díe de voorschriften van de Thora onderhouden, doen dat in het besef dat de Wet van Mozes als zodanig niet langer bindend is voor Israël. De profeet Jeremia profeteerde dat er een dag zou komen wanneer: “… Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond zal sluiten, niet zoals het verbond dat Ik met hun vaderen gesloten heb op de dag dat Ik hun hand vastgreep om hen uit het land Egypte te leiden – Mijn verbond, dat zij verbroken hebben, hoewel Ík hen getrouwd had, spreekt de HEERE.” (Jeremia 31:31,32)

Wat veel mensen zich echter niet realiseren, is dat zelfs de Wet van Mozes niet een onveranderlijk statisch geheel was. Sommige van de voorschriften die in het boek Leviticus gegeven worden bij voorbeeld, die van toepassing waren op de zwerftocht door de woestijn, waren aangepast in het boek Deuteronomium, zodat zij toegepast konden worden wanneer zij in Kanaän gevestigd zouden zijn.

De situatie vandaag is nogal verschillend van die in het oude Israël. Het Joodse volk is niet langer een theocratie, en ook hebben we geen koning; onze tempel en ons priesterschap zijn weg. Maar in tegenstelling tot het hervormingsgezinde of het conservatieve Judaïsme, die ook spreken over wijzigen en aanpassen van de oude wetten voor de dag van vandaag, moeten alle veranderingen of aanpassingen van God Zelf komen, niet van de beslissingen van de rabbijnen.

In het deel van Jeremia dat hiervoor is geciteerd werd een dergelijke verandering in feite door God aangekondigd. De inhoud van het nieuwe verbond is tot in details beschreven in het boek van het Nieuwe Verbond, ook bekend als het Nieuwe Testament. Net als in de profetieën van de profeten, leren we daarin over Gods provisie voor de dag van vandaag waar er geen tempel meer is, het priesterschap weg is en er geen voorzieningen meer zijn voor de offers voor de zonde: namelijk dat de Messias Zelf gekomen is als ons offer. Met Zijn dood is het nieuwe verbond ingewijd.

Traditiegetrouw heeft het Judaïsme altijd met nadruk beweerd dat er nooit een eind aan de Thora zal komen, ondanks de passage in Jeremia. Maar de Encyclopedia Judaica stelt dat er in de Thora geen tekst staat waar men het unaniem over eens is dat die over de oneindigheid of het permanente karakter van de Thora zou gaan. In Maimonides’ Dertien Artikelen van het Geloof, legt het negende artikel de nadruk op het permanente karakter van de Thora. Het is Maimonides, niet de Bijbel, die de basis heeft gelegd voor de hedendaagse orthodox-joodse opvattingen over dit onderwerp.

Hoewel sommigen van ons kosjer blijven eten, is het niet mogelijk om de wetten te houden die verband houden met de tabernakel of de tempel. De morele geboden van de Thora reflecteren Gods onveranderende karakter en zijn daarom voor altijd bindend. Het is met name op het gebied van de morele geboden die verband houden met onze innerlijke houding dat we in de problemen komen.

Dit is het probleem: Het is nooit mogelijk geweest, en het is het nu nog niet, om de wet volledig of perfect te houden. Dat is hoofdzakelijk waarom God een systeem van offeranden had ingesteld – zodat we vergeving konden vinden wanneer we faalden om de rest van de wet te onderhouden. De vraag die elke Jood zich moet stellen is: faal ik om te doen wat God vraagt? En als dat zo is, wat moet ik doen om Gods vergeving te verkrijgen? Ons antwoord is het antwoord van de Schriften: u moet uw vertrouwen op Jezus stellen als de verzoening voor uw zonden.

Antwoorden 03.7

Joden geloven niet in bekeringen naar het Jodendom. Waarom probeert u dan om anderen tot uw manier van denken over te halen?

Dat er vaak beweerd wordt dat Joden geen bekeerlingen werven, mag dan de hedendaagse trend in de Joodse samenleving vertegenwoordigen, maar is nauwelijks representatief voor de Joodse houding in het verleden. Er waren in feite wijdverspreide bekeringen tot het Judaïsme gedurende de periode van de tweede tempel.

Wat gewoonlijk wordt bedoeld met de bewering dat Joden geen bekeerlingen werven is dat er geen waarheid is die voor allemaal geldt, en mensen moeten vrij zijn om te geloven wat zij willen. Mensen zouden vrij moeten zijn om te kiezen wat te geloven, maar het is niet waar dat er geen absolute waarheid bestaat! Deze gedachte is volledig vreemd aan de Joodse manier van denken; het reflecteert de trends van de grotere heidense cultuur, die in de laatste paar jaar tot deze conclusie is gekomen.

Wij geloven dat er een bindende waarheid is, en dat het onze taak is om deze waarheid met anderen te delen. Heeft God niet duizenden jaren geleden van ons verlangd om deze waarheid met vreemde naties van de wereld te delen? Jesaja, de profeet, spreekt van Israël als Zijn dienstknecht, en gaat dan verder met te zeggen dat Israël deze missie niet heeft vervuld. De ‘dienstknecht’ is dan versmald tot één specifieke persoon binnen Israël. Jesaja 42:1-6 spreekt van een ‘uitverkoren volk’: uitverkoren voor een missie en een doel, om Gods wegen bekend te maken aan de naties.

Jammer genoeg is dit gevoel voor zending door de jaren heen steeds minder geworden. Tegenwoordig is het een zo goed als uitgemaakte zaak dat wij Joden ons niet ophouden met zending. Maar voor diegenen van ons die in Jezus geloven: wat beter nieuws zou er verspreid kunnen worden dan het feit dat de Messias is gekomen, en voorzien heeft in verzoening en een overvloedig leven voor zowel Joden als heidenen. Het is niet aan ons om iemand te bekeren, dat is Gods zaak. Maar wij kunnen de boodschap van de Messias aan ons volk vertellen en aan ieder die het maar wil horen, en we zullen dat blijven doen.

Antwoorden 03.8

In principe ben ik een goed mens, en heel gelukkig met mijn eigen religie. Waarom zou ik in Jezus moeten geloven?

Als iedereen goed was in Gods ogen, dan zou niemand Jezus nodig hebben.

De psalmist zei: “Er is niemand die goeddoet, zelfs niet één.” (Psalm 14:3) De meesten van ons zijn geen moordenaars of dieven of iets dergelijks. We willen onszelf graag zien als fatsoenlijke mensen, zonder noodzaak voor belangrijke veranderingen in ons leven. Toch laten de Schriften zien dat zelfs de beste van ons door en door zondig is; diep vervreemd van God, van elkaar en zelfs van onszelf.

Volgens de Bijbel is het probleem van de mensheid dat wij ‘gelukkig zijn met onze eigen religie’, ‘gelukkig met wat we geloven’. We zijn tevreden met te denken dat wij goed zijn, dat God zeker onze kleine fouten en tekortkomingen door de vingers wil zien en dat Hij niet echt serieus is over onze zonden. We zijn er gelukkig mee om onze eigen wil en verlangens in het centrum van ons privé universum te plaatsen. Dat doen we liever dan dat we de wil en de verlangens van onze Schepper op de eerste plaats zetten.

Maar God is wel serieus over onze zonde. De Schriften laten ons zien dat zonde een conditie is van het menselijk bestaan, die niet zozeer een specifieke daad, maar in plaats daarvan een houding betreft van arrogantie en rebellie. De besten van de mensen, als Abraham, Mozes en koning David, hebben allen zondige daden verricht. Jesaja gaf aan dat het voor iedereen, zichzelf daarbij insluitend, alleen maar menselijk is om zelfvervulling te zoeken in plaats van ernaar te streven de geboden van God te vervullen. Koning David zei dat zijn zonde een toestand vanaf de geboorte was (Psalm 51:5). Zonde is universeel – daarom wordt de Grote Verzoendag onder de Joodse mensen algemeen beschouwd als de meest heilige dag van alle feestdagen. En daarom heeft God een weg van vergeving voorzien, beginnend met de dierenoffers van het Oude Testament en culminerend in de dood van de Messias. Onze verantwoordelijkheid is om in geloof te antwoorden en ons vertrouwen op Jezus te stellen voor onze verzoening. We moeten terug naar een levensopvatting die gecentreerd is rond Gods manier om naar dingen te kijken, in plaats van rond onze eigen voorkeuren.

We zijn werkelijk zondig tot in de diepten van ons bestaan, en alle onderwijs, welvaart en technologie in de wereld heeft dat niet veranderd; het heeft ons alleen in staat gesteld om onze rebellie op een meer beschaafde manier te uiten. In de geschiedenis is Jezus werkelijk gekomen, werkelijk gestorven, en werkelijk opgestaan. Alle tegenwerpingen in de wereld en alle ontkenning van het bewijs zal die realiteit niet kunnen verhullen. Misschien is uw houding die van de scepticus die zei: ‘Ik heb mijn besluit al genomen, breng me niet in verwarring met de feiten!’ Maar God houdt ons werkelijk verantwoordelijk om de feiten over onszelf onder ogen te zien, en om Zijn aanbod van vergeving aan te nemen, door Jezus.

Antwoorden 03.9

Als Jezus de Messias was, waarom geloven de rabbijnen dan niet in Hem?

Het Messiasschap van Jezus is in de Joodse samenleving niet onderhevig aan discussie. Een rabbijnse studie over het christendom is gebaseerd op de veronderstelling dat Jezus niet de Messias is en dat het Nieuwe Testament niet het geïnspireerde Woord van God is op dezelfde manier zoals de Thora dat is. Met zulke veronderstellingen komen Joodse studenten van het christendom altijd bij voorbaat tot dezelfde conclusie dat Jezus niet de Messias is. Er zijn weinig rabbijnen die de zaak openlijk of goedwillend willen overdenken, omdat de verantwoordelijkheid voor de locale Joodse samenleving op hun schouders drukt.

Er is een reden voor dit gebrek aan openheid. Rabbijnse theologie wijkt af van de Bijbelse theologie. Het rabbijnse Judaïsme is niet de religie van de Bijbel. Deze verscheidenheid onder de verschillende groepen bestond al vóór de tijd van Jezus. In de tijd van Jezus waren er een aantal verschillende sekten binnen het Judaïsme, elk met zijn eigen leerstellingen en opvattingen. Met de verwoesting van de tempel in 70 AD, en het verlies van het priesterschap en de offerdienst, waren er slechts weinig belangrijke opties beschikbaar voor de Joodse samenleving. Eén ervan was het accepteren van de dood van Jezus als de verzoening voor onze zonden. De andere belangrijke toonaangevende optie was om het Joodse denken te herstructureren zodat de gemeenschap zonder een tempel kon bestaan en zodat de zonden vergeven konden worden zonder offer.

Dit laatste was de keuze van de sekte van de Farizeeën en hun opvattingen kregen uiteindelijk de overhand om zo de “heersende stroming binnen het Judaïsme van toen” en ook van het huidige rabbijnse Judaïsme te worden. In plaats van de Schriften als belangrijkste gids voor het leven, werden de rabbijnse discussies over de Talmoed, en de verschillende lagen van de traditie centraal gezet om het Joodse leven en denken te organiseren. Omdat er in deze tradities geen plaats was voor Jezus, was het gevolg dat het vanzelfsprekend werd dat Hij niet de Messias was.

Dit standpunt werd nog verstevigd door de voortdurende interactie van de Joden met de kerk als instituut. Zodoende werd in de Middeleeuwen de rabbijnse houding tegen de claims van Jezus en het onderwijs van het Nieuwe Testament versterkt. Van de betekenis van Jesaja 52:13 en 53:12 werd oorspronkelijk gedacht dat deze messiaans was. Maar de beroemde franse rabbi Rashi herinterpreteerde het door de passage op de natie van Israël te laten betrekken.

Maimonides verving de term echad door yachid om God te omschrijven. Zo werd een woord voor een ondeelbare eenheid gebruikt in plaats van het woord dat in het Sh’ma wordt gebruikt, dat een samengestelde eenheid suggereert.

Geloven in Jezus is niet simpelweg een zaak van intellectuele overtuiging. Het houdt ook de cruciale beslissing in om te erkennen dat men zondig is en om zich te bekeren en te vertrouwen op Jezus als de verzoening voor de zonde. Deze erkenning is moeilijk voor iedereen, of hij nu rabbijn is of niet, of hij nu Jood is of heiden. Voor iemand met een positie van verantwoordelijkheid in de Joodse samenleving moet het nog veel moeilijker zijn om zo’n stap te maken.

Er zijn rabbijnen geweest die tot geloof zijn gekomen. Eén van hen was rabbijn Lechiel Lichtenstein, districtsrabbijn in Tapio Szele, Hongarije, in de negentiende eeuw. Er was ook rabbijn Chil Slostowski, een orthodox rabbijn in Dubnow, Polen, en later in Lodz. In de Nieuwe Wereld zou men de naam Max Wertheimer kunnen noemen, een liberale rabbijn die in het begin van de twintigste eeuw in Dayton (Ohio) diende. Zelfs vandaag de dag zijn er rabbijnen zoals Harold Vallins in Melbourne (Australië), die tot het geloof zijn gekomen dat Jezus de Messias is. Zij waren bereid de consequenties te dragen van hun geloof in Jezus omdat zij ervan overtuigd waren dat het waar was.

Antwoorden 03.10

Hoe kun je beweren dat Jezus de enige weg is om God te leren kennen?

Diegenen onder ons die in Jezus geloven, geloven dat iedereen heeft gezondigd en dat we in ons leven en in deze wereld allemaal de gevolgen hiervan ondervinden. We geloven dat God Jezus als Messias in de wereld gezonden heeft, om onze Verlosser te zijn en om voor onze zonden te betalen aan het kruis.

Vanaf het allereerste begin van de mensheid hebben we gezondigd en zijn we God ongehoorzaam geweest. En we geloven dat Jezus zou sterven en weer opstaan, om vergeving van zonde te brengen voor allen die in Hem geloven (Lukas 24:46-48). Ons werd ook opgedragen om het goede nieuws aan alle naties te verkondigen (Mattheüs 28). We weten dat zonder de genade van God niemand van ons goed genoeg is en het is alleen door geloof in de dood van Jezus aan het kruis dat we gerechtvaardigd worden in de ogen van God. Het zenden van Jezus was werkelijk de meest barmhartige daad van God, want Jezus was zondeloos en onschuldig en betaalde de prijs voor onze schuld toen Hij aan het kruis stierf. Dit is het wat ons ertoe brengt mensen over Jezus te vertellen en wat Hij gedaan heeft voor de hele mensheid.

Alleen het christendom biedt het middel aan om onze zonde af te wassen en om in een persoonlijke relatie met God te komen, want alleen het christendom biedt een Verlosser aan.