navidad

Ik ben geboren in de stad New York, wat je aan mijn accent zou horen als ik met je zou spreken, maar omdat dit op papier is, moet je mij maar op mijn woord geloven. Ik ga je niet zeggen hoe oud ik ben, maar ik wil wel zeggen dat ik opgegroeid ben gedurende de Grote Depressie.

Onze buurt bestond voornamelijk uit Conservatieve en Orthodoxe Joden, met een handjevol niet-Joden die er ook kwamen wonen, die duidelijk hun afkeer van ons toonden. Het zou je dus kunnen verrassen om te weten dat in onze buurt zelfs Joodse kinderen kousen ophingen met Kerstmis, in de hoop dat Santa deze zou vullen met kadootjes. Het kwam niet in ons op dat Santa Claus voor christenen was. Zo we iets geloofden over Santa Claus, dan geloofden we dat hij er was voor de kinderen.

De enige keer dat ik ooit mijn kousen ophing gaf mijn moeder de gelegenheid om enige van de realiteiten van het leven uit te leggen. Ze vertelde me op niet mis te verstane manier dat Santa Claus alleen in haar portemonnee bestond, een portemonnee die op veel dagen leeg bleef, inclusief met Kerstmis. Santa Claus was een mythe zei ze, waar zeker niet in geloofd behoorde te worden door een Jiddisch meisje zoals mij. Ik ontdekte dat mijn kousen een beperkt nut hadden – namelijk om tussen mijn voeten en schoenen te stoppen! Moeder legde wel uit dat kadoos op vele andere manieren tot ons kwamen, en dat we God dankbaar moesten zijn voor zulke giften.

Mijn moeder was een godvruchtige vrouw; mijn vader, een voorzanger, was eveneens een religieus man. We hadden twee setten van borden, tafelzilver, kookgerei enz. voor dagelijks gebruik – en we gebruikten een kompleet andere set van alles met Pesach. Ik bezocht verschillende jaren de Talmoed-Thora klas, en had kortom een degelijke Joodse opvoeding.

Toen stierf mijn vader, en mijn moeder moest werken. In feite moest ze niet alleen gedurende de week werken, maar ook op de Sabbat, om brood op de plank te houden. In het begin had ze hier moeite mee, maar ze redeneerde dat het een noodzakelijkheid was, zodat God haar zeker zou vergeven. Deze redenering draaide uit op niet-koshere lunchpakketjes voor school, die gegeten moesten worden. Maar verder bleven we zo goed als we konden de heilige dagen houden.

Toen Hitler en zijn waanzinnige handlangers probeerden alles wat Joods was te vernietigen, begon ik dingen in twijfel te trekken die ik altijd vanzelfsprekend had gevonden. Wat maakte ons zo verschillend dat we de haat van mensen moesten incasseren? En waarom hadden we religieuze voorschriften die zo moeilijk waren om te onderhouden? Zoals in de meeste Joodse huizen, hadden we in ons huis een mezoeza aan onze deurpost. Ik stond ervoor en vroeg God, als Hij echt bestond, of Hij me deze dingen uit wilde leggen.

Na enige tijd werden mijn gebeden beantwoord. Ik bezocht een Bijbelklas op uitnodiging van een Joodse klasgenoot. Stella droeg een ketting, wat ik schokkend vond om het maar zacht uit te drukken … en provocerend. Het was een kruis. Ik wilde weten waarom een Joods meisje zoiets zou dragen. Ze vertelde me dat ze Joods was en dat ze in Jezus geloofde, en ze nodigde me uit voor een Bijbelstudie.

Ze bestudeerden net het Evangelie van Johannes. Ik kan het me nog steeds herinneren, ze lazen uit het derde hoofdstuk, en ik hoorde de naam van ‘Mozes’ noemen. Dit was een raadsel. Wat had een Joodse naam, en meer nog onze belangrijkste profeet te maken met een heidens boek? Er werd me verteld dat het “Nieuwe Testament” geschreven was door Joden, uitgezonderd misschien een zekere Dr Lucas. Verder, dat het verhaal hierin ging over Degene van wie Mozes en de profeten gesproken hadden.

We gingen vervolgens in het boek Leviticus lezen, wat ik altijd beschouwd had als de ‘Joodse Bijbel’. We overdachten de Mozaïsche kalender in het 23e hoofdstuk, en ik vertelde de onderwijzer dat we deze heilige feestdagen bij ons thuis hielden, hoewel niet op de manier zoals hier beschreven. Ze liet vriendelijk zien dat God de norm had bepaald, en dat mensen niet het recht hadden om dit te veranderen of aan te passen. Deze onderwijzer geloofde dat onze feesten verder wezen naar Iemand Die zou komen, volledig bekwaam om aan Gods vereisten te voldoen. Ze zei dat, zelfs als Hij de riten en voorschriften bepaalde, God duidelijk ook wist dat onze verstrooide natie op een dag zonder tempel, hogepriester, en dierenoffers zou zijn.

Na Leviticus richtte de discussie zich op het 53e hoofdstuk van Jesaja. Deze christenen geloofden dat de aan de Joden beloofde Messias, onze Kippoer zou zijn, onze verzoening, omdat Hij de straf voor onze zonden op zich zou nemen.

Ik bleef de Bijbel bestuderen, en begon te zien dat een geslachte kip voor de Grote Verzoendag niet het door God bestemde offer is. Het leek alsof het liet zien dat het offer van Jezus aanvaardbaar was voor God vanwege het feit van de opstanding. Deze waarheden werden me geleidelijk aan duidelijk. Ik kan niet zeggen welke minuut of dag Jezus het centrum van mijn leven werd. Eerst geloofde ik dat Jezus de beloofde Messias van Israel was, en daarna, over een periode van maanden, realiseerde ik me wat dat voor mij persoonlijk betekende.

Ik had een nieuw leven en een nieuw begrip van God en van wat Hij van me verwachtte. De verwarring over de vervolging en de bezorgdheid over Gods voorschriften werden vervangen door de realisatie dat God ons volk had uitgekozen om de Messias in de wereld te brengen – en dat door Hem aan Gods rechtvaardige maatstaven voldaan is.

Toch was het moeilijk om met mijn moeder over deze beslissing te praten. Ze had al zoveel pijn doorgemaakt; ze had niet alleen haar man verloren, maar ook mijn twee broers en mijn zus waren gestorven, mij alleen overlatend als haar enige troost.

Kerstmis kwam, en ik herinnerde me wat mijn moeder had gezegd toen ik de kousen op had gehangen jaren geleden. Giften komen naar ons toe op vele manieren … we moeten God voor elk daarvan dankbaar zijn. Kerstmis was tenslotte een tijd van kadoos – o, niet het soort dat te vinden is in een warenhuis, maar het soort dat mijn moeder bedoelde, het soort dat niet noodzakelijkerwijs materieel hoeft te zijn. Ik probeerde mijn moeder uit te leggen wat Kerstmis werkelijk betekende, en waarom ik zo dankbaar was voor de gift van de Messias, en de vrede die Hij me had gebracht. In die tijd deed het haar alleen maar verdriet. Voor zover het haar betrof, was haar enige kind een afvallige geworden. En dat deed pijn. Maar jaren later, heeft zij ook Jezus als haar Messias leren kennen.

Veel jaren zijn gepasseerd. Ik werd een verpleegkundige. Ik trouwde. Mijn man, ook een Joodse gelovige, had de naam Zuckerman, dus ik hoefde zelfs mijn naam niet te veranderen! Hij was een lieve man, en we hadden wondermooie tijden samen, maar hij stierf aan kanker. Nu doe ik veel vrijwilligerswerk, weet je, om te doen wat ik kan doen om anderen te helpen. Ik neem de bloeddruk op, help bij de plaatselijke kringloopwinkel en zulk soort dingen. Eén ding dat ik erg fijn vind is om elke Kerst een klein pamflet uit te delen met de titel “Kerstmis is een Joods feest … of zou het tenminste moeten zijn”, aan hen die ik ontmoet die het moeilijk vinden om te zien dat Jezus er ook voor de Joodse mensen is. Santa Claus kan bestaan hebben in mijn moeders portemonnee, maar Jezus, in tegenstelling tot Santa, is een realiteit in mijn leven.

Frieda Zuckerman