antioco

Als Jezus niet de Messias is, dan is in Hem geloven het meest gevaarlijke wat je kan doen. Het komende Chanoekafeest vertelt ons waarom.

Aan het eind van deze maand hopen we Chanoeka te vieren, het “Feest van de Inwijding”. Dat is in feite wat Chanoeka betekent – inwijding. Tijdens dit feest wordt Juda Maccabee’s herinwijding van de tempel herdacht na het heroveren van Jeruzalem op de Syrisch-Griekse tyran, Antiochus Epiphanes IV.

Maar ik denk ook graag aan Chanoeka als het Feest van het Grote Schandaal, want het was op Chanoeka dat Jesjoea de Messias (Jezus) Zijn uitermate “aanstoot gevende” uitspraak deed. In feite was deze uitspraak zo provocatief dat het gegarandeerd het grootste oproer zou veroorzaken. De apostel Johannes vertelt ons dat het op Chanoeka was, op het “Feest van de Inwijding” (Joh. 10:22), dat Jesjoea uitriep: “Ik en de Vader zijn één.” (v.30). Hij bedoelde niets minder te zeggen dan dat Hij “God met ons” is, in Zijn Menswording. We weten dit uit de manier waarop sommige van onze voorouders Zijn woorden beantwoordden. Ze probeerden Hem te stenigen. Waarom?  “… Omdat U, Die een Mens bent, Uzelf God maakt.” (v. 33)

Hoe ernstig deze provocatie was wordt nog duidelijker als we ons herinneren waarom de tempel opnieuw ingewijd moest worden door Juda Maccabee. Niet alleen offerde Antiochus Epiphanes een varken op het altaar, maar ook beweerde hij zelf een god te zijn in het vlees.

Was het een samenloop van omstandigheden dat Jesjoea juist deze gelegenheid koos om zo’n provocatieve uitspraak over Zichzelf te doen? Nee, het was geen toeval. Jezus, God de Zoon, Immanuel (“God met ons”) koos het meest emotioneel beladen moment om de meest emotioneel geladen onthulling over Zichzelf te doen. Ik denk dat Hij dit deed om er zeker van te zijn dat we een essentiële waarheid zouden begrijpen: óf Jezus is Heer van alles, óf Jezus is helemaal geen Heer. Hem volgen betekent óf de God van Abraham, Izaäk en Jacob volgen, óf een godslasterlijke bedrieger. Er is geen middenweg.

Pas sprak ik met een Joodse man met de naam Milan, die een visie vertolkte die ik al vele malen eerder heb gehoord. “Het is oké voor de heidenen om Jezus te aanbidden”, zei Milan, “maar wat ons betreft, wij hebben Hem niet nodig.” Mijn antwoord verbaasde hem. “Als Jezus niet de Joodse Messias is, dan zou niemand in Hem moeten geloven; dit geldt voor zowel Joden als niet-Joden. Want als Hij niet is waar Hij aanspraak op maakte, dan is het afgodendienst om Hem te aanbidden. Maar als Hij is Die Hij claimde te zijn, dan is in Hem geloven het meest Joodse wat wij als Joden kunnen doen. En onze rug naar Hem toekeren is dan hetzelfde als God de rug toekeren.“

Als Jezus niet de Messias is, dan is in Hem geloven het meest gevaarlijke wat iemand kan doen. Maar als Hij de Messias is, dan is niet in Hem geloven niet slechts gevaarlijk, maar ook zó tragisch dat we er ons geen voorstelling van kunnen maken.

Nu Chanoeka weer voor de deur staat: wilt u alstublieft voor mij en mijn collega’s bidden dat meer en meer van onze mensen de woorden van Jesjoea echt zullen horen. “Ik en de Vader zijn één.” Bid dat velen de moed op zullen brengen om de uitdaging van Jesjoea te overwegen. “Maar u, wie zegt u dat Ik ben?” (Matth. 16:15). Bid dat dit komende Feest van de Inwijding voor velen de tijd zal worden dat zij hun levens aan Hem toe zullen wijden.

Avi Snyder, directeur Europa