mortdechai

Daar stond ik dan, ‘Super Mordechai’, in mijn roodgekleurde lange ondergoed, met sportieve pet en met een grote ‘M’ op mijn thermische shirt. Ik weet niet zeker of dit tenue mijn begrip van Poerim heeft gevormd, of omgekeerd, maar het grootste deel van mijn leven heb ik Mordechai als de held van het verhaal gezien.

Terwijl we de Boekrol van het boek Esther elk jaar lazen en ‘joelden’ bij elke vermelding van Hamans naam, was het vanzelfsprekend om ook elke keer te juichen bij het horen van de naam van de heldhaftige Mordechai. Hij bood weerstand tegen de slechte Haman en verzette zich tegen een compromis uit loyaliteit aan God en uit loyaliteit aan het Joodse volk. Hij had zijn leven geriskeerd vanwege die loyaliteit. En hij was een strateeg, degene die het voor het zeggen had bij zijn jonge nichtje Esther. Mordechai was slim, moedig en sterk – wat kon een kind meer wensen in een held? Als jongen was het een natuurlijke zaak voor mij om me te identificeren met de mannelijke hoofdrolspeler in het verhaal. Ik wilde geen passieve jongen zijn – Ik wilde net als Mordechai zijn!

Maar bij het verstrijken van de jaren realiseerde ik me dat Mordechai in het verhaal van Poerim niet de enige held is. Hij is misschien zelfs niet eens de belangrijkste held. Het feest is tenslotte niet gebaseerd op ‘Het boek van Mordechai’. Laten we daarom eens kijken naar zijn nichtje, Esther.

Net als Mordechai was Esther loyaal. Toen zij de koning informeerde over een plan om hem te vermoorden, ging zij niet met de eer strijken voor de ontdekking van het complot; ze gaf Mordechai de eer die hem toekwam (2:22). Ook eerder in het verhaal zien we nederigheid, want zelfs nadat ze koningin was geworden bleef ze Mordechai’s instructies volgen, zoals ze gedaan had toen hij haar opvoedde (2:20). Hoewel nederigheid op het eerste gezicht niet bepaald als heldhaftig beschouwd wordt, gaan we met toenemende leeftijd en wijsheid diegenen bewonderen en waarderen die deze moeilijke en ongrijpbare eigenschap vertonen.

Esther beoefende nog een andere eigenschap, die vaker in verband gebracht wordt met heldhaftigheid, namelijk moed. Mordechai had weerstand geboden aan Haman – een ergerlijke handelwijze – maar Esther riskeerde haar leven voor de koning – een aanzienlijk gevaarlijker zaak. Ze wist dat in zijn nabijheid komen zonder uitnodiging kon resulteren in haar eigen dood. Toch vertoonde ze het goedje waar moed uit bestaat – doen wat juist is, ongeacht hoe iemand zich hierover voelt (bang, verward, alleen). Niet alleen ging Esther waar geen vrouw zich ooit had gewaagd – in de nabijheid van de koning zonder gevraagd te zijn – maar zij deed dit kort nadat koningin Vasthi, haar voorganger, de koning woedend had gemaakt door hem ongehoorzaam te zijn. We kunnen veronderstellen dat hij er niet voor voelde om benaderd te worden door een in zijn ogen agressieve vrouw die zijn gezag in huis bedreigde (1:18-22). Esther wist genoeg om bang te zijn, maar ze werd niet geregeerd door haar angsten. Ze zette die opzij om moedig het pad van rechtvaardigheid te lopen. Ze zei: “Ik zal naar de koning gaan, hoewel dat tegen de wet is. Als ik dan omkom, dan kom ik om” (4:16).

We zien haar moed opnieuw in haar volgende stap. Nog steeds in de aanwezigheid van de koning, in een regelrechte confrontatie met Haman, de ‘vijand van de Joden’, maakt zij haar ware identiteit als Jodin bekend en beschuldigt Haman van het beramen van genocide (7:3-6). Mordechai had Haman al in het publiek weerstaan; hier durft Esther de man ‘die de koning had verhoogd’ te trotseren, in aanwezigheid van de koning zelf! Ik geloof dat de moed van Esther die van Mordechai overtrof.

Het is duidelijk dat de moed van Esther uit haar geloof voortkwam. Toen haar oom Mordechai haar aanmoedigde om tot de koning te spreken namens haar volk, vertelde zij hem: “Ga, verzamel alle Joden die zich in Susan bevinden, en vast voor mij: eet niet en drink niet, drie dagen lang, nacht en dag. Ook ikzelf zal zo vasten, samen met mijn dienstmeisjes” (4:16). Esther, de vrouw bekend om haar uitwendige schoonheid, was ook Esther, de vrouw die innerlijke schoonheid bezat, met een sterk en duidelijk geloof in de God die gebeden hoort en beantwoordt.

Als het verhaal eindigt zien we Esther als een ware leider van Israël, schrander in haar omgang met mensen, en resoluut in het gebruik van haar autoriteit. Haar slagvaardigheid creëerde een gelegenheid om de sympathie van de koning te winnen en Haman in de val te lokken (5:4-8). Zij toonde vervolgens grote intelligentie en vasthoudendheid in het pleiten voor beschermende wetgeving voor haar Joodse volk (8:5; 9:13). Het was in feite het bevel van Esther dat de zaken met betrekking tot dit Poerim voor altijd vaststelde (9:32).

Ik hoop dat elk meisje dat ervoor kiest om zich als Esther te verkleden met Poerim, onderkent dat zij net zo goed als Mordechai een held is, zo niet meer. Esthers heldhaftigheid wordt in herinnering gehouden door straten die naar haar vernoemd zijn in het centrum van Tel Aviv en Jeruzalem. Hadassah, de grootste groep van vrouwelijke Zionisten in de wereld, is ook naar haar genoemd (Hadassah was Esthers Hebreeuwse naam). Die organisatie, gesticht op Poerim in 1912, heeft vele Joodse levens gered en ontelbare weldaden verricht.

Hoewel Esther en Mordechai beiden helden zijn, wordt de naam van de uiteindelijke Held niet in de tekst genoemd. Dat is God Zelf. Het is merkwaardig dat het boek Esther het enige boek in de Bijbel is dat de naam van God niet expliciet noemt. Eén verklaring hiervoor is de mogelijkheid dat veel van het boek Esther uit de kronieken van de koning van Perzië is gehaald (10:2). Perzische historici zouden verwijzingen naar de God van Israël niet gewaardeerd hebben.

Hoewel niet uitdrukkelijk genoemd in het boek, vult het bewijs van Gods voorzienigheid elke bladzijde. Steeds weer opnieuw zien we de hand van God terwijl Hij ernaartoe werkt om ons volk voor uitroeiing te bewaren. Mordechai herinnerde Esther eraan dat zelfs als zij zou zwijgen tegenover de koning, dat er dan ‘vanuit een andere plaats bevrijding voor de Joden zou komen” (4:14). Dit laat ons en lezers van alle generaties zien dat zowel Mordechai als Esther mensen van geloof waren en dat de gebeurtenissen in Gods plan opgenomen waren.

De werkelijke boodschap van het boek Esther is niet alleen een oproep om op te komen voor ons volk zoals Mordechai en Esther deden. De werkelijke boodschap is een oproep om te onderkennen dat God, de onzichtbare Held van dit verhaal, Zijn wil door ons uitvoert als wij in Zijn wegen willen wandelen. Door de hele Bijbel is dit het thema dat altijd naar voren komt. Het is God, niet wij, Die uiteindelijk het goede werkt. Ja, we werken met Hem mee in Tikkun Olam, het herstel van de wereld, terwijl we vechten tegen racisme, armoede, kindermishandeling, honger, milieuverontreiniging en andere slechte dingen. Maar we moeten ons altijd herinneren wat de apostel Paulus zo duidelijk zei: “Want het is God, Die in u werkt zowel het willen als het werken, naar Zijn welbehagen” (Filippenzen 2:13). God werkt in en door ons om te willen wat Hij wil en te doen wat Hij wil dat we doen in deze wereld.

Mordechai en Esther waren intelligente, moedige en nederige leiders, maar zij konden zonder God niets tot stand brengen. Dit herinnert me aan een van mijn favoriete verzen: Jesaja 26:12. De profeet zingt een loflied voor God en roept uit: “Alles wat wij hebben gedaan, dat heeft U voor ons gedaan!” We kunnen alleen maar beginnen de mysterieuze vereniging die deze liederen zo mooi beschrijven te begrijpen: dat terwijl wij werken, en zelfs iets bereiken door ons werk, God de echte ‘Uitvoerder’ is. Het is tijd dat we allen de waarheid van Jesaja’s lied omhelzen en God de eer geven voor elk goed ding dat wij doen. Hij is altijd de echte Held.

Stephen Katz