sphinx

Mijn hobby is fotografie. Eén van de foto’s waar ik grote waarde aan hecht is geen prijswinnend plaatje; ik zou het niet tentoon kunnen stellen of kunnen verkopen voor publicatie. Maar ik koester het omdat het een speciale betekenis voor mij heeft. Het is genomen in de Egyptische afdeling van het ‘Museum of Natural History’ in New York.

Mijn dochter Lyn was met haar drie jaar nog veel te jong om de kunst en wetenschap van het antieke Egypte te waarderen, maar zij was verrukt over de bonte kleurenpraal, de schilderingen van vogels en dieren, de beelden van dieren en van mensen en van dieren die op mensen lijken.

Op mijn foto staat zij voor een stenen sfinx. Die sfinx weegt meer dan een ton en staat op een voetstuk dat hoger is dan mijn dochter lang was. Mijn dochter staart naar het gezicht van dit beeld dat al 35 eeuwen voordat zij geboren werd, is gevormd.

Verdrukkers overleven

Mijn dochter is Joods. Onze verre voorouders waren slaven in Egypte. Zij moesten zware dwangarbeid onder wrede slavendrijvers verduren. Misschien hebben zij zelfs aan het voetstuk gewerkt van juist dit gezicht waarvoor zij was gestopt om het goed te kunnen bekijken.

Mijn dochter heeft nog vele jaren voor zich. Maar de slavendrijvers van haar voorouders, waar zijn zij? Hun trotse koninkrijk ging ten onder, hun eigen mensen werden slaven, hun wijsheid is verloren gegaan, hun afgoden werden vernield en verbrijzeld, hun schatten werden geplunderd om museum-curiositeiten te worden, en hun monumenten zijn nu toeristische attracties.

Maar wij, mijn dochter en nu zelfs haar kinderen, zijn hier. Onze synagoges sieren de lanen van grote steden. De boeken van onze schrijvers staan in elke bibliotheek. Onze wetenschappers hebben geheimen ontrafeld die zelfs de Egyptenaren niet kenden en hebben vragen beantwoord die de Egyptenaren zelfs niet konden raden. Onze artsen hebben menigten gezegend en genezen. Onze mannen en vrouwen hebben hoge posities bekleed bij de overheid. Na tweeduizend jaar van verduistering is ons land Israël opnieuw geboren en heeft het een plaats verworven onder de andere naties.

Waarom hebben wij het overleefd?

De Egyptenaren waren slechts de eersten in een lange rij van onderdrukkers. De Assyriërs en Babyloniërs namen ons op hun beurt gevangen. De Romeinen hadden geen medelijden met ons. De verschrikkingen van de afgelopen jaren overtroffen al onze voorstellingen van onze vroegere onderdrukkers. Maar waar zijn deze wereldrijken nu? Ook hún relikwieën hebben een plaats gevonden in musea over de hele wereld.

Waarom hebben wij het overleefd? Het zou menselijk zijn om te zeggen dat het was omdat we een trots, onafhankelijk volk zijn dat rebelleerde over ons slaaf zijn, te onverzettelijk om ooit vernietigd te kunnen worden, te exclusief om met onze buren om te gaan en onze eigen identiteit te verliezen. Maar zou het waar zijn? Een blik in de Joodse geschiedenis die door onszelf werd opgetekend, lijkt een heel andere indruk te geven.

Wat de geschiedenis aan het licht brengt

Hebben we overleefd vanwege onze trots, onze liefde voor de vrijheid? De geschiedenis leert ons van niet. Bij elke moeilijkheid waarmee ze geconfronteerd werden gedurende de Uittocht, jammerden onze voorouders en wilden zij terugkeren naar Egypte:

Was dit niet wat wij in Egypte al tegen u zeiden: Laat ons met rust, laten wij de Egyptenaren maar dienen? Want het is beter voor ons de Egyptenaren te dienen dan in de woestijn te sterven. (Exodus 14:12)

Hebben we het overleefd omdat we zo talrijk waren? De Schrift zegt:

De HEERE zal u dan overal verspreiden onder de volken. U zult met slechts weinig mensen overblijven onder de heidenen naar wie de HEERE u voeren zal.
(Deuteronomium 4:27)

Misschien waren we te exclusief om met onze buren om te gaan en onze eigen identiteit te verliezen:

Ook zag ik in die dagen Joden die Asdoditische, Ammonitische en Moabitische vrouwen bij zich hadden doen wonen. Hun kinderen spraken voor de helft Asdoditisch, en ze konden geen Judees spreken, maar spraken overeenkomstig de taal van elk volk.
(Nehemia 13:23,24)

Was het omdat we een sterk, onverzettelijk volk waren?

De profeet Jesaja zegt:

Waarom wilt u nog meer geslagen worden? U gaat gewoon door met uw afvalligheid. Heel het hoofd is ziek, en heel het hart is afgemat. Vanaf de voetzool tot het hoofd toe is er geen gezonde plek aan: wonden en striemen en gapende wonden, niet uitgedrukt, niet verbonden, en niet met olie verzacht. (Jesaja 1:5,6)

Onze loyaliteit heeft ons ook niet bewaard, want Mozes zegt zelf:

De Rots Die u verwekt heeft, hebt u veronachtzaamd, en u hebt de God Die u gebaard heeft, vergeten. (Deuteronomium 32:18)

Wij zijn de overwinnaars

Toch zijn we hier. En wij zijn de overwinnaars. We hebben het overleefd. Onze verdrukkers zijn in het niet verdwenen. We moeten naar musea gaan om hun manier van leven te bestuderen. Zij zijn niet hier om óns te kunnen zien.

Ja, onze eigen profeten bestraffen ons. Maar zij troosten ons ook. Mozes beschuldigt ons, maar Mozes zegent ons ook. De Bijbel geeft ons het antwoord op ons overleven. De psalmist vertelt ons:

Zie, de Bewaarder van Israël zal niet sluimeren of slapen. (Psalm 121:4)

En Hij heeft niet geslapen, niet tijdens de slavernij in Egypte, niet gedurende de opeenvolgende onderdrukkingen van Assyrië, Babylon en Rome, en niet tijdens de meer recente verdrukkingen van Rusland en Duitsland. Door dat alles was het God Die ons bewaarde. Dat is het waarom wij het hebben overleefd en waarom onze onderdrukkers zijn omgekomen.

God deed een belofte

Wij hebben het overleefd omdat God een belofte heeft gedaan. Hij deed een belofte aan onze vader Abraham, met betrekking tot een land, een natie en een zegen.

De HEERE nu zei tegen Abram: Gaat u uit uw land, uit uw familiekring en uit het huis van uw vader, naar het land dat Ik u wijzen zal. Ik zal u tot een groot volk maken, u zegenen en uw naam groot maken; en u zult tot een zegen zijn. Ik zal zegenen wie u zegenen, en wie u vervloekt, zal Ik vervloeken; en in u zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden. (Genesis 12:1-3)

Het land was Israël, de natie was het Joodse volk, de zegen was de Messias.

Want op die dag zal de Wortel van Isaï er zijn, Die zal staan als banier voor de volken. Naar Hém zullen de heidenvolken vragen. Zijn rustplaats zal heerlijk zijn. (Jesaja 11:10)

Zegen voor de hele wereld

Wij hebben het overleefd omdat God een doel heeft. Zijn doel is om door ons alle mensen in de wereld te zegenen.

God zij ons genadig en zegene ons; Hij doe Zijn aangezicht over ons lichten. Sela. Dan zal men op de aarde Uw weg kennen, onder alle heidenvolken Uw heil. De volken zullen U, o God, loven; de volken zullen U loven, zij allen. De natiën zullen zich verblijden en juichen, omdat U de volken rechtvaardig zult oordelen; de natiën op de aarde zult U leiden. Sela.

De volken zullen U, o God, loven; de volken zullen U loven, zij allen. De aarde heeft haar opbrengst gegeven; God, onze God, zegent ons. God zegent ons en alle einden der aarde zullen Hem vrezen. (Psalm 67)

Wij hebben het overleefd omdat God een bestemming voor ons heeft. Ons lijden heeft een doel gehad. Eens riep God ons zodat Hij door ons Zijn waarheid over de hele wereld zou kunnen verspreiden. Hij riep ons opnieuw zodat via ons Zijn Messias zou komen om de hele wereld te zegenen. Hij roept ons opnieuw, zodat Hij door ons voor de gehele wereld verheerlijkt zou kunnen worden.

Sta op, word verlicht, want uw licht komt en de heerlijkheid van de HEERE gaat over u op. Want zie, de duisternis zal de aarde bedekken en donkere wolken de volken, maar over u zal de HEERE opgaan en Zijn heerlijkheid zal over u gezien worden. En heidenvolken zullen naar uw licht gaan en koningen naar de glans van uw dageraad. (Jesaja 60:1-3)

De driejarige heeft inmiddels al lang zelf een driejarige; twee in feite. Geen van mijn kleinkinderen is een expert in egyptologie. Maar net als hun moeder zijn zij hier om Pesach te vieren. Zij zijn hier en zij zijn vrij. Vrij om Jood te zijn, vrij om God te dienen, vrij om onze verdrukkers van deze eeuw het hoofd te bieden, in de wetenschap dat God hun nageslacht zal bewaren totdat Zijn hele wereld is bevrijd.

Moishe Rosen