night

Bijbelse overeenkomsten tussen Mozes en de Joodse Messias.

Het was niet hun bedoeling om een nieuwe religie te starten. Ze hadden een ontdekking gedaan. Voor zover het hen betrof was het de ontdekking van hun leven, en zij waren daar enthousiast over. Uit de manier waarop zij het vertolkten bleek, dat zij op een Joodse zoektocht waren geweest, met een Joods doel voor ogen.

Pinchas, ofwel Filippus, verwoordde het mooi toen hij zijn broer Nathanaël van deze ontdekking vertelde: “Wij hebben Hem gevonden over Wie Mozes in de wet geschreven heeft, en ook de profeten – namelijk Jezus, de zoon van Jozef, uit Nazareth.”

Als antwoord smaalde Nathanaël: “Kan uit Nazareth iets goeds komen?”

En Filippus antwoordde hem in alle ernst: “Kom en zie.”

Maar zelfs daarvoor al had Andreas zijn broer Simon over dezelfde ontdekking verteld. Hij zei: “Wij hebben de Messias gevonden”, wat vertaald wordt als “de Christus”.

Hier zien we twee verschillende Joden die elk vanuit hun eigen begrip over dezelfde persoon spreken. Die persoon was Israëls beloofde Messias.

Maar wat bedoelde Pinchas precies toen hij zei: “Wij hebben Hem gevonden over Wie Mozes in de wet geschreven heeft, … “? Waar in de Thora heeft Mozes de Messias genoemd? Terwijl het niet betwist wordt dat vele, zo niet alle profeten over de komende Verlosser van Israël spraken, denkt men niet direct aan Mozes.

Een Verlosser

Ja, Mozes sprak wel degelijk van een komende Verlosser. Weggestopt in het midden van de samenvatting van de Wet in het achttiende hoofdstuk van Deuteronomium, waar het gaat over de straf van de valse profeten, sprak Mozes een opmerkelijke profetie uit:

“Een Profeet uit uw midden, uit uw broeders, zoals ik, zal de HEERE, uw God, voor u doen opstaan; naar Hem moet u luisteren.”

Wat bedoelde Mozes Rabbeinoe toen hij zei: “zoals ik”? Betekende dit dat de Profeet die zou komen een oudere man zou zijn? (Mozes was tachtig jaar oud toen hij de Israëlieten uit Egypte uitleidde). Betekende het dat de Profeet heetgebakerd en ongeduldig zou zijn? (Mozes was dat zeker). Betekende het dat de Profeet opgeleid zou worden volgens de traditie van het Egyptische koningshuis? Het antwoord op al deze vragen is “nee”. De tekst beschrijft hoe die Profeet als Mozes zou zijn. De beschrijving roept de herinnering op aan de ervaring van een natie die in het geheugen geprent is en in onze consciënties ingebrand is.

“Een Profeet uit uw midden, uit uw broeders, zoals ik, zal de HEERE, uw God, voor u doen opstaan; naar Hem moet u luisteren, overeenkomstig alles wat u van de HEERE, uw God, bij de Horeb gevraagd hebt, op de dag dat u daar bijeenkwam, toen u zei: Ik wil de stem van de HEERE, mijn God, niet langer horen en dit grote vuur wil ik niet meer zien, anders zal ik sterven.

Toen zei de HEERE tegen mij: Het is goed wat zij gesproken hebben.

Ik zal een Profeet voor hen doen opstaan uit het midden van hun broeders, zoals u. Ik zal Mijn woorden in Zijn mond geven, en alles wat Ik Hem gebied, zal Hij tot hen spreken.

En met de man die niet naar Mijn woorden luistert, die Hij in Mijn Naam spreekt, zal het zó zijn: Ík zal rekenschap van hem eisen.” (Deuteronomium 18:15-19).

Hoe hebben Joodse commentatoren die profetie uitgelegd? De meeste hedendaagse commentatoren geloven dat Jozua en andere profeten de Schrift hebben vervuld. Dit was echter niet altijd het geval. Wijlen Rachmiel Frydland wees er in zijn boek What the Rabbis Know About the Messiah (Wat de Rabbijnen over de Messias weten) op: “Rabbi Levi Ben Gershon (RALBAG), uit de 14e eeuw, identificeerde de Profeet als de Messias.” Vervolgens citeerde hij het commentaar van RALBAG:

“Een Profeet uit uw midden.” In feite is de Messias zo’n Profeet als beweerd wordt in de Midrasj van het vers: “Zie, Mijn Knecht zal verstandig handelen” (Jesaja 52:13) … Mozes bracht een enkele natie ertoe om God te dienen, door de wonderen die hij deed, maar de Messias zal alle mensen trekken om God te aanbidden. (1)

De passage uit de Midrasj die RALBAG citeert, verwijzend naar de Messias als Profeet, zegt:

Het is geschreven, “Zie, Mijn Knecht zal verstandig handelen, Hij zal verhoogd worden en verheven, ja, zeer hoog worden” (Jesaja 52:13). Hij zal meer verhoogd worden dan Abraham van wie geschreven is: “Ik zweer bij de HEERE” (Genesis 14:22). Hij zal meer verhoogd worden dan Mozes van wie wordt gezegd: “Zoals een verzorger een zuigeling draagt” (Numeri 11:12). “En zal zeer hoog worden” – dat is, de Messias zal hoger zijn dan de dienende engelen. (2)

Of iemand nu wel of niet de veronderstelling accepteert dat de passage in Deuteronomium de Messias voorzegt, wat kunnen we weten over de overeenkomsten tussen Mozes en de Profeet Die net als hem zou zijn?

Die ‘overeenkomst’ wijst op een tijd, een plaats, en een gebeurtenis. De context van Deuteronomium 18 laat zien dat Israël als een natie God niet wilde ontmoeten en niet tegenover Hem wilden staan. Het was een angstwekkende tijd van donder, bliksem, stormen en aardbevingen terwijl de hele natie vergaderd was in de woestijn. De donkere berg Sinaï leek het centrum van de storm en van de seismische activiteit te zijn. Het volk van Israël was bang, en terecht, omdat zij aanvoelden dat zij iets heiligs en ontzagwekkends zouden ontmoeten.

Dat woord ‘ontzagwekkend’ kan nauwelijks de betekenis en diepte van hun angst beschrijven. Zij wisten dat zij bijeengeroepen werden om hun Schepper te ontmoeten, mogelijk “panim el’ panim” (om oog in oog met Hem te staan). Zij waren doodsbang, want zij wisten van de patriarchen dat niemand Gods aangezicht kon zien en leven. Toch was hier de Almachtige, de Koning der eeuwen, Die tegenover hen zou komen te staan. Zij sidderden als één man, en zeiden: “Laat me de stem van de HEERE, mijn God, niet langer horen en laat me dit grote vuur niet meer zien, zodat ik niet zal sterven.”

Nooit eerder was de natie zo eensgezind in haar wens. Nooit was een natie zo bang. Elk hart was vol van de vrees voor de Heere. Elke persoon wist dat hij of zij onrein was in het oog van de Almachtige, daarom spraken zij als uit één mond, en vroegen of Mozes hun bemiddelaar kon zijn – hun tussenpersoon, hun pleitbezorger. Wat God aan hen door wilde geven kon aan Mozes worden verteld, die op zijn beurt Gods boodschap aan het volk door zou geven, zoals hij tevoren had gedaan in de gebeurtenissen die tot hun bevrijding leidde. En God sprak tot Mozes, hem toevertrouwend dat het goed was wat het volk had gevraagd.

Een Middelaar

Toen bevestigde de Almachtige ook de woorden die Mozes had gesproken over de Profeet Die de spreekbuis van Gods Woord zou zijn, en de Middelaar tussen God en Zijn volk. Maar de Koning van de hemelen voegde iets toe over deze Middelaar toen Hij zei: “En met de man die niet naar Mijn woorden luistert, die Hij in Mijn Naam spreekt, zal het zó zijn: Ík zal rekenschap van hem eisen.” (Deuteronomium 18:18,19).

Zo was het op die naar het schijnt meest ernstige dag in de geschiedenis van Israël, dat werd besloten dat een bemiddelaar namens God tot het volk zou spreken, en alles wat de bemiddelaar zou spreken of eisen zou Gods Woord zijn en Gods eis. Gods Woord en wil zou door die ene speciale bemiddelaar overgedragen worden. Dus de belangrijkste manier waarop de Profeet (de Messias) als Mozes moest zijn, was in de rol van tussenpersoon of middelaar.

In de tijd van de Bijbel was elke priester een bemiddelaar of pleitbezorger die naar God toe het volk vertegenwoordigde. De priester bracht dan de smeekbeden en offeranden van berouw en bekering van Israël en stond in de Heilige Plaats namens het volk.

De profeten waren ook bemiddelaars. Zij spraken namens God tot het volk. Zij brachten Gods Woord over, en riepen de natie vaak terug tot een relatie met de Almachtige, door de mensen te vragen en aan te moedigen om zich af te keren van de zonde, en terug te keren tot de verbondsrelatie.

Ook koningen zoals David en Salomo waren als Mozes, onder hun leiding de Wet toepassend op de hele natie. Omdat een koning een rechter in vredestijd is en een bevelhebber in de oorlog, handelden de Israëlische koningen in de plaats van God om Gods wil over te brengen en zo waren zij bemiddelaars namens God.

Hij Die de zonden gedragen heeft

Het woord Messias, of Masjiach, betekent ‘Gezalfde’. Profeten, priesters en koningen waren allemaal gezalfd om hun bediening te tonen. Mozes vervulde in zekere zin alle drie de functies tegelijkertijd.

Maar er was één manier waarop de komende Profeet, de Messias, het meest op Mozes zou lijken. Jesjoea de Messias lijkt het meest op Mozes omdat Mozes zichzelf opofferde om te sterven voor de zonden van het volk.

Van alle dingen die prijzenswaardig zijn in het leven van Mozes, wordt één episode vaak over het hoofd gezien. Misschien hebben de rabbijnen minder commentaar op dit gedeelte gegeven vanwege de in verlegenheid brengende afgodendienst van Israël, die aan de volgende passage vooraf ging:

“En het gebeurde de volgende dag dat Mozes tot het volk zei: Ú hebt een grote zonde begaan, maar nu zal ik naar de HEERE opklimmen. Misschien zal ik verzoening kunnen bewerken voor uw zonde.” Toen keerde Mozes terug tot de HEERE en zei: “Och, dit volk heeft een grote zonde begaan, want zij hebben voor zichzelven een gouden god gemaakt! Nu dan, of U toch hun zonden wilde vergeven! Maar indien niet, schrap mij alstublieft uit Uw boek, dat U geschreven hebt.” Toen zei de HEERE tegen Mozes: “Wie tegen Mij zondigt, zal Ik uit Mijn boek schrappen.” (Exodus 32:30-33)

Opdat Israël gered kon worden van de toorn van God, stond Mozes klaar om zijn eigen leven te offeren – om de straf voor de zonden van het volk op zichzelf te nemen als God geen andere manier kon vinden om hen te vergeven. Hij vroeg God of zijn leven een verzoening voor de zonden van het volk mocht zijn. Als priester had hij buitengewoon grote offers kunnen brengen – duizenden lammeren of stieren – maar in plaats daarvan offerde hij eenvoudig zijn eigen leven.

Herders en schapen

We moeten niet vergeten dat 40 jaar van het leven van Mozes als herder werd doorgebracht in diezelfde bergen en woestijnen van Midian. Als leider van het volk liet hij de denkwijze en houding van een goede herder zien. De taak van een ‘goede herder’ vraagt om serieuze toewijding waarin iemand gewillig moet zijn om zijn eigen leven voor de schapen te geven. Jesjoea legde dit kort en bondig uit zoals opgetekend in het Nieuwe Testament in het boek van Johannes:

“De dief komt alleen maar om te stelen, te slachten en verloren te laten gaan; Ik ben gekomen, opdat zij leven hebben en overvloed hebben. Ik ben de goede Herder; de goede herder geeft zijn leven voor de schapen. Maar de huurling en wie geen herder is, die de schapen niet tot eigendom heeft, ziet de wolf komen en laat de schapen in de steek en vlucht; en de wolf grijpt ze en drijft de schapen uiteen. En de huurling vlucht, omdat hij een huurling is en zich niet om de schapen bekommert. Ik ben de goede Herder en Ik ken de Mijnen en word door de Mijnen gekend,

zoals de Vader Mij kent en Ik de Vader ken; en Ik geef Mijn leven voor de schapen.”
(Joh. 10:10-15)

De werkelijk goede herder stelt het welzijn van de kudde boven zijn eigen welzijn.

Toen Filippus zijn broer Nathanaël vertelde: “Wij hebben Hem gevonden over Wie Mozes in de wet geschreven heeft, en ook de profeten – namelijk Jezus, de zoon van Jozef, uit Nazareth”, realiseerde hij zich dat “Mozes, onze leraar” en Jesjoea de Messias op elkaar leken. Maar waarschijnlijk realiseerde hij zich pas veel later de volledige consequenties van wat hij zei.

We zien dat Jesjoea net als Mozes een profeet was, alleen beter. Mozes stierf, maar het Nieuwe Testament vertelt ons dat Jesjoea de Messias eeuwig leeft om voor ons te pleiten. Jesjoea is Degene Die ons uit het Egypte van het dagelijks leven kan leiden. Hij kan de ketenen van de slavernij van de zonde verbreken. Op de levensreis naar het beloofde land (de hemel) kan Hij onze Gids zijn en Degene Die in alles voorziet. En hoewel Hij niet in manna en kwakkelen zal voorzien, zal er brood uit de hemel zijn om onze zielen te voeden en onze geest te herstellen.

Er is één groot verschil tussen Jesjoea en Mozes: Mozes leidde het volk naar het beloofde land, maar het was hem niet toegestaan daar zelf binnen te gaan. Dat was omdat Mozes, hoe wijs en goed hij ook was, gezondigd had. Jesjoea de Messias daarentegen is de perfecte middelaar omdat Hij onschuldig was, zonder zonde, en onze verdiende straf op Zichzelf nam. Hij wacht in de hemel op allen die hun vertrouwen op Hem stellen. Als we Jesjoea daar zien, dan zal Mozes onze leraar daar zeker ook zijn, want hij was degene die van Zijn komst wist en deze had voorzegd en op Hem had vertrouwd.

Moishe Rosen

* What the Rabbis Know About The Messiah door Rachmiel Frydland, (Cincinnati, OH: Messianic Publishing Company, Messianic Literature Outreach, 1991) p. 22

* Zie Midrash Tanhuma, (Israel: KTAV Publishing Company, 1989) p.166-67